Recensie boekenweekgeschenk 2018: Gezien de feiten

Disclaimer: deze recensie staat bol van de spoilers. Ook als u de Volkskrant graag leest gaat u dit artikel niet waarderen.

Het boekenweekgeschenk van 2018, ‘Gezien de feiten’, is het vijfde prozawerk van Griet op de Beeck. Ik was verder niet bekend met haar werk, maar enig nalezen leert mij dat zij met het schrijven over seksueel geweld en op diverse wijze beschadigde mensen in eerder werk voor controverse heeft gezorgd.

Aangezien er bij het schrijven van deze recensie nog slechts drie dagen boekenweek resteren pak ik het deze keer anders aan. Dat is de vrijheid die ik heb als blogger, er is geen reden om deze niet te nemen. Griet op de Beeck zou mij waarschijnlijk gelijk geven. Ik begin deze keer eens met een tweetal recensies waar mijn zwager mij op wees. Wellicht is het een idee om eerst deze recensies eens te beoordelen. Hierna zal ik zelf iets over het boek zeggen.

Het Boekenweekgeschenk, met daarachter een ander boek dat mij interessant leek

Recensies van het Boekenweekgeschenk 2018

De Volkskrant was uitgesproken negatief over het Boekenweekgeschenk. Dat komt goed uit, want ik ben in dit geval vrij negatief over de Volkskrant.

Arjan Peters, die zich in zijn recensie positief uitlaat over de meeste Boekenweekgeschenken van de afgelopen tien jaar, op dat van Kader Abdolah na, sabelt het boek neer met een gemakzucht die ik verwacht bij een post op Facebook. Zo bestaat zijn kritiek op de uitwerking van de hoofdpersoon vaak uit een enkel woord: “Daar had ze zich bij neergelegd. ‘De zon gaat op, de zon gaat onder’, schrijft Griet Op de Beeck. Zo passief was Olivia, bijna een halve eeuw. Waarom?”

Analyse van het boek blijft achterwege, de kritiek uit zich vooral middels polemisch taalgebruik, zoals in de beschrijving van de opening, waarin hij de overleden man van de hoofdpersoon ‘een vreselijke vent’ noemt, een omschrijving die enkel voort kan komen uit een afkeer van het boek, niet van het overleden karakter, dat hooguit getypeerd kan worden als: ‘burgerlijk’, ‘saai’, ‘traditioneel’, ‘beklemmend’.

In de beschrijving komt hij zelf niet verder dan een moralistische opvatting over de karakters en het boek: “In kwezeligheid doet Op de Beeck niet voor haar personage onder. Te midden van de arme kinderen voelde Olivia ‘al dat onaanvaardbare waarvan ze besefte dat ze het alleen maar kon aanvaarden’. Of deze, over het verliefde stel: ‘Ze stapten zomaar op een trein en merkten wel waar ze uitkwamen, op hun leeftijd was dat betaalbaar.’ Het zal godverdomme eens wat kosten!”

Als een bevriend blogger dit had opgeschreven, op Facebook bijvoorbeeld, had ik dit wellicht leuk gevonden. Van de Volkskrant verwacht ik meer: mensen betalen voor de Volkskrant. Arjan Peters levert een ondermaatse recensie af. Zijn boekenweekgeschenk had hem best wat mogen kosten. Ik stel voor dat de Volkskrant volgend jaar een middelbare scholier inhuurt voor deze klus, deze leren nog een boek te analyseren.

NRC over het Boekenweekgeschenk (Spoiler alert)

Thomas de Veen ergert zich in zijn recensie in NRC aan de instelling van Op de Beeck, die haar eigenwijze karakters in een vijandige, of tenminste negatieve omgeving plaatst, waarin zij vervolgens wèl slagen. Ik ben het met hem eens dat dit literair gezien ongebruikelijk is en ook een beetje saai.

Ik deel zijn mening niet geheel: het loopt overduidelijk niet goed af met Olivia en haar nieuwe liefde, die op de laatste bladzijde van de weg geraken in zijn Afrikaanse geboorteland. We mogen vermoeden dat ze doodgaan: het boek eindigt halverwege een zin. Ook heb ik er, in tegenstelling tot De Veen, geen problemen mee dat ‘de wereldproblematiek’ onverwacht interveniëert in het verhaal middels een radiouitzending. Dit is wellicht wat Pythonesk, maar daarom niet onrealistisch.

Verder ben ik het in hoofdlijnen wel met De Veen eens. Ik zal mij iets positiever uitlaten over het boek, al is het maar dat het aanzienlijk prettiger las dan een aantal boekenweekgeschenken van de afgelopen jaren.

Haagspraak over het Boekenweekgeschenk

Aangezien ik in mijn beschrijving van de recensies al één en ander prijs heb gegeven, zal ik het kort houden. Haagspraak vergoedt mij immers de 12,50 die deze recensie mij kost niet. Als ik dit langs de meetlat van de landelijke pers leg, ben ik dan ook van mening dat u redelijkerwijs zelfs geen spellcheck van mij mag verwachten. Deze zal ik dan ook uitermate gemakzuchtig achterwege laten.

De hoofdpersoon

Wij leren Olivia, 70 jaar oud, kennen op de uitvaart van haar man Ludo. Zij speelt hier haar rol als zorgzame moeder die zichzelf wegcijfert en ziet dat haar dochter Roos (44, kan wellicht geen kinderen krijgen) erg verdrietig is.

De dochter, net als de rest van de familie, gaat ervan uit dat de dood van haar man een grote klap is voor Olivia en doet haar best om haar moeder te troosten. Griet op de Beeck gebruikt de eerste drie hoofdstukken van haar boek om in een vlotte, efffectieve stijl de miscommunicatie tussen familieleden neer te zetten: moeder is opgelucht dat zij nu haar eigen leven kan inrichten, maar durft dit nog niet goed na zich jaren weggecijferd te hebben, dochter projecteert haar eigen verdriet op de moeder, begripvolle, maar zwakke schoonzoon durft zijn vrouw niet af te vallen en blijft uiteindelijk overal tussen in hangen.

De dochter

Roos geeft haar moeder op de uitvaart een zelfgemaakt portret van haar vader mee, voor boven de bank. Terwijl Olivia na de dood van Ludo een flink deel van haar huisraad vervangt, blijft dit portret in de woonkamer hangen, zoals de cadeaus van familieleden bij leven van Ludo altijd bewaard bleven.

Roos is zorgzaam naar haar moeder toe, domineert haar man, Sander geheten, en wordt uiteindelijk kwaad op haar moeder, nadat zij eerst ongerust is over dienst plan om les te gaan geven, als vrijwilliger in Afrika.

De nieuwe liefde

De relatie tussen moeder en dochter wordt problematisch nadat Roos tijdens een gesprek op Skype een donkere man ziet die naar de camera zwaait en haar moeder een kus in de nek geeft. Als deze Daniel naar België komt, breekt de dochter zelfs haar vakantie af om haar moeder te komen controleren.

Daniel, gepensioneerd docent en vrijwilliger voor dezelfde hulporganisatie waar Olivia voor werkt, leren wij kennen als een charmante, uiterst vitale 60-plusser met een uitgesproken positieve instelling. Hij is zorgzaam, attent, begripvol. Er is geen fout aan zijn persoonlijkheid te ontdekken. Gedurende het verhaal komt hier ook geen verandering in.

De uitwerking

Na de eerste paar hoofdstukken is de uitwerking van het boek vrij rudimentair. Dit is jammer, aangezien het gegeven veel mogelijkheden zou moeten bieden om een goede roman te schrijven. Wellicht is het de beperking van 90 bladzijden die het boek parten speelt, wellicht zijn er juist passages die binnen deze grens beter geschrapt hadden kunnen worden ten faveure van wat diepgang.

Een voordeel is dan wel weer dat de lezer veel heeft om met de eigen fantasie in te vullen en ook op tijd klaar is met lezen voor het avondeten.

Conclusie

Dat is uiteindelijk ook de functie van een boekenweekgeschenk: een aperitief. In tegenstelling tot de recensenten van Volkskrant en NRC ben ik van mening dat Griet op de Beeck hier wèl in slaagt, misschien met de spreekwoordelijke hakken over de sloot, maar dat ben ik inmiddels gewend bij een Boekenweekgeschenk.

Terzijde: een gemakzuchtig lezer zou er voor kunnen kiezen zich te beperken tot de eerste paar hoofdstukken. Op deze wijze is bijvoorbeeld het Boekenweekgeschenk van vorig jaar ook uitstekend te overleven.

Edwin IJsman

Recensie boekenweekgeschenk 2017: Makkelijk leven

Ongetwijfeld heb je er wel eens een gezien: een goeroe die in een tekst of een video zijn wijze levensles aan de man brengt. Hij neemt zichzelf als lichtend voorbeeld en blijft doorvertellen zonder ooit ter zake te komen. De echte inhoud, de levensles, moet immers verkocht worden en bevindt zich ergens aan het einde van het document.

Herman Koch vertelt in Pauw over ‘Makkelijk leven’ en ontpopt zich en passant als een humoristische, tegendraadse goeroe

Herman Koch voert in zijn boekenweekgeschenk ‘Makkelijk leven’ zo iemand op: Tom Sanders, die wereldwijd 40 miljoen exemplaren van zijn zelfhulpboek verkocht heeft. In het eerste hoofdstuk vertelt Sanders dat zijn filosofie samen te vatten is op een half A4-tje, dat achterin het boekenweekgeschenk te vinden is. Omdat niemand 19,95 neer zou leggen voor een half A4-tje heeft hij deze uitgesmeerd over 300 bladzijden.

De hoofdpersoon

Ondanks de roem is Sanders al die jaren ‘zo gewoon gebleven’. Wel heeft hij een Jaguar gekocht, die bij nader inzien niet zo bij hem paste en vervangen is door een Range Rover. Hij is gelukkig getrouwd en heeft twee zoons, de één woont in Canada met zijn gezin, de ander, Stefan, is zijn oogappel.
Tijdens een verjaardagsfeestje staat zijn niet zo geliefde schoondochter Julia voor de deur. Zij is duidelijk mishandeld door zoon Stefan. Herman Koch laat Sanders na deze confrontatie enkele hoofdstukken lang zwemmen tussen twee opties: niet ingrijpen, zoals de filosofie van zijn werk ‘Makkelijk leven’ aanraadt of het aanspreken van zijn zoon op zijn gedrag. Uiteindelijk besluit hij het gesprek met zijn schoondochter aan te gaan. Hij maakt een ‘project’ van haar. Misschien zal het hem wel materiaal voor een nieuw boek opleveren.
Wij leren Tom Sanders kennen als een man met een chronisch gebrek aan zelfkennis, die zijn eigen ideeën op zijn omgeving projecteert. Gedurende 94 bladzijden bevinden wij ons in zijn hoofd in zijn tot mislukken gedoemde pogingen om het huwelijk van zijn zoon te redden.

Uitwerking

Het boek leest vlot en is vrij luchtig van toon. De eerste hoofdstukken zijn een amusante satire op de zelfhulpboekenschrijver en zijn opgeblazen ego. Verder bevat ‘Makkelijk leven’ vermakelijke observaties op de samenleving. De echte confrontatie tussen de karakters wordt echter telkens uit de weg gegaan. Meestal lezen wij Sanders iets zeggen als: “Je zou achteraf kunnen zeggen dat…”
Het slot, waar ik verder niets over vertel, komt enigszins uit de lucht vallen en voelt geforceerd aan. Ook dit draagt ertoe bij dat de uitwerking van het gegeven in dit boekenweekgeschenk voor mij onbevredigend is. Wellicht had Herman Koch liever ook 300 bladzijden tot zijn beschikking gehad.

Edwin IJsman

Recensie boekenweekgeschenk 2016: Broer

Boekenweekgeschenk 2016 – Broer – Esther Gerritsen leest voor uit het boekenweekgeschenk.

Dialogen

Bart ging niet aan haar bureau zitten maar op de bank.
. `En,’ vroeg hij, `hoe is het gegaan? Het eerste weekend?’
. Ze kreeg maagpijn. Er was geen ontkomen aan.
. `Het is fijn dat we geen drempels hebben.’
. `Hebben jullie geen drempels?’
. `We hebben zo’n gietvloer, door het hele huis.’

Esther Gerritsens werk kende ik nog niet. Het boekenweekgeschenk voor 2016 dat zij schreef laat mij één ding zien: zij is goed in het schrijven van dialogen. Dialogen met mensen die miscommuniceren, mensen die hun zinnen niet afmaken …

Realistische dialogen, van mensen die verre van perfect zijn en gezamenlijk een gezin vormen, broer en zus of collega’s zijn. Het zijn die dialogen die het boekenweekgeschenk voor mij overeind houden en het maken tot een boek dat ik voor mijn plezier uit kan lezen, iets wat de afgelopen 3 jaar niet bij elk boekenweekgeschenk vanzelfsprekend was.
Arjan Peters zegt in De Volkskrant: `Het verhaal van Broer is aan de schematische kant’ en daar kan ik mij bij aansluiten. Als ik het boek uitgelezen heb, blijf ik met het gevoel zitten dat er meer in had gezeten, dat ik niet voldoende kennis heb kunnen maken met de karakters en dat hun confrontatie in het plot uiteindelijk beperkt blijft.

Waar gaat ‘Broer’ over?

De hoofdpersoon van het boekenweekgeschenk is Olivia, een 52-jarige vrouw die sinds 2 jaar financieel directeur is van een familiebedrijf, een winkel die ’47-delige serviezen’ verkoopt die ‘niet in de vaatwasser kunnen’, duur en ouderwets. Vlak voor een belangrijke aandeelhoudersvergadering wordt zij gebeld door haar broer, die haar geëmotioneerd verteld dat zijn been zal worden afgezet. Zij heeft altijd weinig contact gehad met haar broer, maar desondanks laat ze haar werk vallen en zoekt ze hem op in het ziekenhuis. Tijdens zijn revalidatie neemt ze hem in huis, tegen het advies van haar man in:

. Gerard lachte. `Maar dat gaat mooi niet gebeuren.’
. Hij dronk zijn glas leeg en vroeg of zij nog wat wou.
. `Waarom moet je daarom lachen,’ vroeg Olivia, `is het zo’n raar idee?’
. `Dat meen je toch niet?’
. `Waarom niet?’
. `Jij met jouw broer, onder één dak?’
. `Ja?’
. `Dat kan jij helemaal niet.’

De dialoog tekent de hoofdpersoon: achter haar laptop en op kantoor is zij een prima zakenvrouw, maar sociaal en emotioneel gezien schiet zij tekort. Zij beseft niet dat het niet haar man is die problemen gaat hebben met de komst van haar broer, maar zijzelf en dat de eigenaren van haar bedrijf, drie generaties van een familie, haar plotselinge uitvallen tijdens de aandeelhoudersvergadering niet zien als een teken van zwakte. Integendeel: haar tijdelijk inwonende broer, een outcast die in een bungalow woont, palmt haar werkgevers net zo makkelijk in als haar gezin. Ondertussen schuift Olivia steeds verder richting de zijlijn in haar eigen leven. Misschien heeft zij haar broer harder nodig dan hij zijn zus.

‘Broer’ is een heel aardig boekenweekgeschenk. Het maakt nieuwsgierig naar ander werk van Esther Gerritsen en zal ook uitstekend leesbaar zijn in de trein komende zondag.

Edwin IJsman

Recensie boekenweekgeschenk 2015: De zomer hou je ook niet tegen

Rauw, humoristisch, bij tijd en wijlen best bot, maar een genot om naar te kijken. Dat was mijn kennismaking met Dimitri Verhulst. Een verfilming van ‘De helaasheid der dingen’ die nu wellicht meer mensen heeft bereikt dan het boek zelf, maar ongetwijfeld ook velen heeft geïnteresseerd voor de romans van deze Vlaamse auteur. Verhulst is zo in een paar jaar tijd een populaire schrijver geworden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze publiekslieveling is gevraagd om het boekenweekgeschenk van 2015 te schrijven.

De boekenweek werkt altijd met een thema, iets waar je je vragen bij kan stellen. Voegt zo’n thema echt iets toe, geeft het richting aan de schrijvers van een boekenweekgeschenk of -essay, of is het een kapstok om verhalen en evenementen aan op te hangen?

In het geval van dit boekenweekgeschenk bestaat de waanzin waarschijnlijk uit de daad van de hoofdpersoon, Pierre genaamd: hij ontvoert Sonny, zijn zwaar geestelijkDe zoner hou je ook niet tegengehandicapte zoon, uit een inrichting en neemt hem mee naar de Provence om daar Sonny’s 16e verjaardag met hem te vieren. In de hitte op een berg begint hij daar aan wat zijn verjaardagscadeau zal worden: het verhaal over de verwekking van Sonny en de relatie tussen hem en de moeder van de jongen. Een jongen die geen woord terugzegt en dus eigenlijk als een soort praatpaal fungeert.
De hoofdpersoon noemt de jongen nooit bij zijn naam: “En dus had Pierre zijn reisgezel altijd al aangesproken met het eerste en het zotste wat in hem opkwam. De namen van sierstruiken was hij cynisch begonnen te vinden, daar was hij al een poos mee opgehouden. Jammer ergens, want in het latijn hadden ze best poëtisch geklonken. Aesculus parviflora. Acer japonicum. Arbutus unedo. Enfin. Nu zat Pierre in de fase dat hij zijn passagier namen van componisten schonk. Voor de variatie.”

Maar ook de variatie kent zijn grenzen: uiteindelijk wordt de jongen het meest aangesproken met ‘Chopin’. Naarmate dit langer aanhield verloor ik bij het lezen ook mijn aandacht bij het verhaal, dat enigszins dun is. Verderop in het boek, als blijkt dat Pierre ook nog een dochter heeft, voor wie hij gefaald heeft als vader, wordt het weer wat interessanter.
De jongen blijkt uiteindelijk verwekt net voor de liefdesgeschiedenis ten einde is: Pierre wil geen kinderen, zijn vriendin wel. Drie maanden nadat ze uit elkaar zijn belt ze hem op met de mededeling dat ze zwanger is.

Verhulst rauwe taalgebruik geeft het verhaal aanvankelijk kleur en voorkomt dat het een mierzoete vertelling wordt. De botheid. waar het af en toe op uitloopt, kan tegen gaan staan, maar is ook functioneel, bijvoorbeeld als Verhulst zijn hoofdpersoon kritiek laat leveren op de troosteloze inrichting waar de jongen in woont.

Ik zal het boek niet afraden, maar het geheel overziend, denk ik niet dat ik het nog een tweede keer uit de kast zal trekken. Daar is het mij niet interessant genoeg voor. Dan lees ik liever een ander werk van Verhulst.

 

Edwin IJsman

Recensie boekenweekgeschenk 2014: Een mooie jonge vrouw

Een mooie jonge novelle, zo kan je het boekenweekgeschenk van Tommy Wieringa het beste omschrijven. De auteur, die al eens het verwijt op zijn dak kreeg dat hij aan ‘mooischrijverij’ zou doen, komt met name in het begin van het boek met een reeks prachtig beschreven scenes. Hij wisselt af en toe van camerastandpunt als hij de prille verliefdheid van zijn oudere hoofdpersoon (Edward Landauer, 42 jaar) met zijn 14 jaar jongere Ruth beschrijft.

Moeten we ons hier aan storen? Absoluut niet: de beschrijvingen zijn in lijn met de geestesgesteldheid van Edward, die de leegte in zijn bestaan gevuld lijkt te hebben met de verovering van een prachtige ‘lichtvoetige heidense godin’. Als ‘een lichtvlek op de bosgrond’. En met een kleine Haagse verwijzing: aan het mooie taalgebruik van onze Louis Couperus storen we ons na ruim een eeuw ook niet. We genieten ervan.

Tommy Wieringa in gesprek op het ECL, Haarlem. Foto: Thomas Sandfort

Dat doet de mannelijke hoofdpersoon van ‘Een Mooie jonge vrouw’ ook. Net als in de eerste jaren van zijn wetenschappelijke carriëre leeft hij in een roes. Zijn bezit van zijn jongere echtgenote komt hem als onwerkelijk over. Daarin bevindt zich dan ook de tragiek van het verhaal. Zodra Edward langzaam weer in contact komt met de realiteit en hij zijn leven met Ruth als een normale zaak gaat ervaren is de neergang van de relatie eigenlijk al ingezet. Hij gunt haar een kind, of hij zelf vader wil worden, wordt aanvankelijk niet helemaal duidelijk. Maar dat is het voor Edward zelf ook niet.

De neergang van zijn relatie wordt parallel beschreven aan zijn fysieke aftakeling, maar vooral aan zijn toenemende mentale ontreddering. Gedurende het verhaal verliest Edward langzaam het gevoel grip te hebben op zijn eigen leven. Hij neemt nog een minnares, weer een flink aantal jaren jonger dan zijn vrouw, om de rush weer terug te krijgen, maar ook zij biedt hem geen ontsnapping uit zijn innerlijke emotionele woestijn.

Het verhaal is, afgezien van de eerste 2, 3 hoofdstukken, grotendeels chronologisch beschreven. Het speelt zich af in het tijdsbestek van een jaar of 6, met af en toe wat flashbacks en herinneringen.

(Spoiler alert)

De hoofdpersoon, (Prof. Dr.) Edward Landauer wordt nauwlettend gevolgd, de andere karakters zijn nauwelijks uitgewerkt. Daar kan je bezwaren tegen hebben, maar je kan ook zeggen dat dit wel past bij de beschrijving van het leven van iemand die vooral op zichzelf gericht is. Het verhaal van Edward is dan ook doordrongen van zijn onmogelijkheid om daadwerkelijk in contact te komen met de mensen om hem heen. Helemaal aan het eind van het verhaal komt er ook een scene waarin de hoofdpersoon zich herinnert ooit een kip te hebben gered uit de legbatterij: het beest leidt na deze ‘redding’ uiteindelijk een ellendig leven, geterroriseerd door andere, veel kleinere kippen, simpelweg omdat het beest nooit gesocialiseerd is. De metafoor is duidelijk.

Daar komen we ook bij een manco van het boek: thema’s zoals ‘het ervaren van de pijn van de ander’ worden uitgeschreven, maar niet verinnerlijkt. Het blijven veelal laagjes die in stukken tekst toegevoegd zijn aan het verhaal, soms licht filosofisch, maar nooit diep geïntegreerd in de gebeurtenissen.

De vraag is natuurlijk of de vorm van de novelle zich hiertoe leent, 93 pagina’s hebben nou eenmaal hun beperkingen. Alles bij elkaar kan wel gesteld worden dat dit een boekenweekgeschenk is van bovengemiddelde kwaliteit. Een boek dat de moeite waard is om te lezen.

Edwin IJsman

Lees voor het vermaak ook het artikel over de manier waarop ik noodgedwongen aan het boekenweekgeschenk kwam: https://haagspraak.nl/2014/03/08/boekenweekblues-een-zoektocht-naar-het-boekenweekgeschenk/