
Cartoon


“Wat is dat voâh een megaul daah op de Graute Mark?”
“Dat ben jè, Harry, ze hebbe een standbeild voâh je gemaak.”
“Met zaun dikke trèitâh? kap nâh!”
“De jare gaan telle, Harry.”
“Wie hep dat voâhhauf opgepoest? Ut glim as een biljagtbal!”
“Tis jâh hauf, Harry. Je heb de hare in je nek nog.”
“As r zaun dùif op schèt, is dat agtelijke beild een blondje geworde!”
“Tis voâh jâh gemaak Harry.”
“Lekkâh belangrèk!”
Teks: Edwin èsman in samewerking met Harrypad
Fâhtâhs: Roel Wènants

Soms fiets ik er nog wel eens langs, het witte bruggetje. In mijn lagere schooltijd was dit de grens tussen wel of niet op de fiets naar school mogen gaan. Jawel, ook eind jaren ’60 waren plaatsen om je fiets te stallen soms al schaars, zo ook op de P. Oosterleeschool in de Roemer Visscherstraat.
Wie voorbij het “witte bruggetje” woonde mocht vanwege de afstand tot school met de fiets komen en woonde je dichterbij, dan kon je lopend naar school. Wonend op de Guntersteinweg behoorde ik tot de “gelukkigen” die op de tweewieler een plaatsje in de fietsenstalling mochten claimen.
Fietsen over het witte bruggetje was altijd even spannend. Stond er niet ergens een politieagent die je, al fietsend, op het bruggetje kon betrappen. Als Moerwijks jochie wist ik intuïtief dat mijn ouders niet op een bekeuring zaten te wachten. Links, rechts, links gekeken, oversteken was dus het devies.
Ik herinner me dat ik halverwege de brug altijd even stilstond om in het water te staren.
Onder de brug bruiste het van het leven. Voorntjes schitterden er met hun zilverkleurige schubben in het zonlicht. Er zwommen grondelingen, en soms kikkervisjes in het toen nog heldere water.
Het was één van mijn favoriete visstekjes destijds. Gegarandeerd had je er beet. Zelfs een schepnet leverde vaak talloze bijzondere onderwaterschepsels op.
Wanneer ik er nu overheen fiets kijk ik al lang niet meer op of om waar het de sterke arm der wet betreft. Iedereen fietst over het witte bruggetje heen. Het water is niet meer de moeite waard om bij stil te staan. De jeugdige vissertjes heb ik er al in geen jaren meer gezien. Het water is ondoorzichtig geworden en de waterplanten zijn er verdwenen.
Nu lees ik in de Zuidwesterkrant dat de nieuw aan te leggen fietsbrug het centrum en Wateringse Veld elkaar dichterbij brengen. Hoera, eindelijk mag iedereen straks legaal over het ooit “witte bruggetje” lopen en fietsen. Dit alles om van Den Haag een echte “fietsstad” te maken.
Rest mij slechts één vraag. Wanneer komen de visjes er weer terug?
Albert Lemming
Het was voor mij tijd om weer eens langs te komen bij de Opûh Koffie en te kijken hoe het er hier aan toe ging. Dat viel aanvankelijk niet mee: blogster José Day gaf aan ziek te zijn en redactielid Edwin IJsman, het mannetje dat mij altijd censureert, kwam weer eens veel te laat aanlopen. Hetzelfde gold voor redactieleden Interniek en Happy Hotelier.
Bij IJsman probeerde ik nog met veel geblaf duidelijk te maken dat dit echt niet kon en we onszelf, nu we in 2016 over de 10.000 views heen zijn, nou eens een keer wat serieuzer mogen nemen. Ik kreeg een aai over mijn bol. Dat schoot dus niet op.
Gelukkig zijn er mensen als Roel Wijnants en onze Akbar aanwezig die voor Haagspraak de zaak waarnemen. Roel was zelfs zo aardig mij een glaasje aan te bieden:

Aangezien ik de eigenaar van het café ben (mijn bazin denkt hier overigens anders over) was dit natuurlijk wel een borrel uit eigen doos. Zo ken ik ze bij Haagspraak. Op naar de 20.000 dan maar!
Woef.