De plaats waar ik woon

Waar vind je zand en veen strikt gescheiden?
Waar spreekt men in één stad drie dialecten?
Waar besluit men in stads- én landsbelang?
Waar is retoriek een tweede natuur?
Waar kun je vreemde zijn in eigen straat?
Waar koelt zeewind verhitte gemoederen?
Waar was een groenere stad in het land?
Waar is ons erfgoed zo gemakkelijk verkwanseld?
Waar zijn de gekozen bestuurders arroganter?
Waar gaat alles vóór de eigen inwoners?
Waar exporteert men hufterigheid met meer succes?
Waar zou ik anders willen wonen
dan in ‘s-Gravenhage, het Haagje, mijn Den Haag?

Jan de Winter

Herfstactiviteit Haagse Hopjes

Herfstactiviteit Haagse Hopjes

Woensdagmiddag  werd er een herfstvakantieactiviteit georganiseerd door de Stichting Haagse Hopjes.

Het werd gehouden op het Wijkpark Transvaal. Diverse attracties zoals pannavoetbal, een zweefmolen, luchtkussens, bungeetrampolines en laser gun fight stonden de kinderen ter beschikking.

Ondanks het kille weer was de opkomst groot.

De Stichting Haagse Hopjes heeft ten doel het beheer en de exploitatie van ruimten ingericht als uitleenpunt van kinderspeelgoed binnen de Haagse wijk Transvaal.
Het uitlenen van speelgoed aan kinderen van 3 tot 15 jaar in ruil voor goed gedrag.
Subdoelstellingen:
Het organiseren van sport- en spelactiviteiten voor kinderen en jongeren van 3 t/m 27 jaar.

Zo werkt Haagse Hopjes mee aan de leefbaarheid in de wijk Transvaal. In het bijzonder de pleinen waar de Hopjes staan.

Lang Leve de Crisis!

Afbeelding

Met de crisis op zak gaan mensen creatiever met hun geld en spullen om. Grote doorverkoop sites als Marktplaats en Ebay zijn nog nooit zó gretig bezocht als de afgelopen jaren. Het is helemaal hip en camp om naar de Kringloop te gaan en zelfs de mensen met geld die voorheen alleen naar Antiek markten gingen lopen nu alle rommelmarkten af in de hoop een op een koopje. Inmiddels draait onze hele economie op zuinigheid en we zijn er trots op, blijkt.
Waar je vroeger met je moeder (of vader in mijn geval) een taart bakte om slechte toevoegingen als verwerkte suikers en E nummers uit te sluiten.
Tegenwoordig heeft de zelftaartenbakkelarei een hele cultstatus bereikt. Winkels vol met cakemix, taart vormen, cakecupjes, spatels, spuitzakken, bakblikken, schorten, ovenwanten en verdere benodigeheden om mooie taarten te bakken zijn ineens te koop. Zouden al die mensen die daarmee geld hopen te besparen vergeten zijn dat juist al die benodigheden om de baksels zelf te maken duurder zijn dan menig kant en klaar gekocht equise taartje bij de banketbakker?
Wij zelf snuffelen al jaren graag door de oude spulletjes van een ander. Niet omdat het geld waard zou zijn of omdat we geld willen besparen, maar omdat alles wat oud is ons fascineert. Mijn man en ik zijn op zoek naar ‘Spullen met een Verhaal’.
Zo hebben we van de week een klok gekocht die sinds 1921 niet meer gefabriceerd wordt.
Al zittend op de bank hoor ik de klok regelmatig en aanwezig tikken…dan neemt mijn fantasie me mee op sprookjestocht door de geschiedenis van deze klok.
De familie waar deze klok zou kunnen hebben gestaan….zo’n 90 jaar kan hebben gestaan. Ik zie een jong echtpaar deze klok krijgen van hun ouders voor hun trouwdag in de roaring ’20’s. In de jaren daarna maakt hij de man iedere ochtend wakker om aan het werk te gaan. Tijdens de oorlog gaf hij precies de spertijd aan met zijn mooie galmende gong. Waarna hij in de jaren ’50 wat waterschade opgelopen heeft en iemand met z’n stomme kop dacht de roest er af te kunnen schuren. In de jaren ’60 werd hij gehaat door de tieners voor wie de klok aangaf dat ze al lang thuis hadden moeten zijn na hun avondje Rock and Rollen. In de jaren ’70 brak een nieuwe tijd aan voor de klok. Hij werd vervangen en verhuisd naar de achterkamer, waar hij nog altijd boven de schoorsteenmatel de tijd bij probeerde te houden. Verhuist met kinderen en kleinkinderen mee na de dood van het echtpaar eindigde hij uiteindelijk na jaren van stilstaand en rustig genot op mijn niet werkende schoorsteenmantel.
En nu mag de klok weer een nieuw leven hebben hier bij ons in ons kleine huisje in het Bezuidenhout… want zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens>hè… ik voel ineens een sterke behoefte aan taartjesbakken opkomen.

Diefstal Mondriaans ternauwernood voorkomen – Harry Zevenbergen

mondriaan2
Vanochtend voor openingstijd heb ik even de sloten op de deuren van het Gemeentemuseum gecheckt en ook of alle ramen wel goed dicht zaten. De gebeurtenissen in de Rotterdamse Kunsthal verontrusten me. Ik wil deze week met mijn zoon naar het museum en dan wil ik daar niet aankomen, om vervolgens te moeten constateren dat alle Mondriaans weg zijn.
De sloten zagen er betrouwbaar uit, de ramen waren goed gesloten en na 3 minuten stonden er al twee bewakers achter me. Ze vroegen me waar we in Godsnaam mee bezig waren.
´Ik wilde even checken of de Mondriaans hier wel veilig hangen.´ Zij vatten mijn woorden echter anders op. ´Dus jij wilt de beelden van Mondriaan stelen.´
´Schilderijen` verbeterde ik. Dat zagen ze als een bekentenis. Soms heeft praten geen zin. Dat weerhoudt me er echter niet van het te doen. Maar met ieder woord dat ik zei raakte ik verder in de problemen.
´Zie ik er uit als een dief.´ De bewakers keken me aan. ´Ja eigenlijk wel.´ ´Maar hoe had ik die schilderijen, dan in Gods naam mee moeten nemen? Ik ben op de fiets. ´ ´Daar had u eerder aan moeten denken meneer, misschien had u de tram of de bus kunnen nemen.´ Ik bleef maar praten, legde uit dat de Mondriaan niet eens zomaar door de deur van de tram past. ´O dus dat heeft u wel allemaal uitgezocht.´ Ik stopte pas met praten toen de deur van de politiecel achter me dichtsloeg.
Stom als dichter moest ik toch weten, dat de interpretatie van het woord alles te maken heeft met intonatie, maatschappelijke context en nog een serie andere factoren. Misschien had het geholpen als ik me had geschoren voor ik op pad ging. Het gesprek met twee rechercheurs, de klassieke good en bad cop, duurde een paar uur. De conclusie was even positief als verontrustend. Ze stelden vast dat ik niet in staat mocht worden geacht om een schilderij te stelen, zelfs niet wanneer dat tegen de voordeur van het museum op me stond te wachten. Mijn neiging om deze vaststelling te betwisten, onderdrukte ik. Ik deed mijn veters in mijn schoenen, telde mijn geld na en maakte nog bijna een grapje over dat er 50 cent ontbrak en corruptie in het politiekorps. Voor het bureau Jan Hendrikstraat ademde ik een flinke teug vrijheid in.

Meer columns van Harry Zevenbergen op http://bankzitters.wordpress.com/