De mail, die ik zonet naar nummer 25 op lijst 6 van het CDA heb gestuurd:
Een argeloze ontvanger zou uit deze flyer kunnen opmaken, dat het CDA voor het open houden van De Kruin aan de Haagse Acaciastraat is. Niets is minder waar.
“Beste Désirée,
Trof gisteren op de Dag des Heeren bijgaande flyer in de bus. Een argeloze lezer zou er de indruk van krijgen dat hij of zij CDA zou moeten stemmen om wijkcentrum De Kruin aan onze Acaciastraat te doen behouden.
Niets is minder waar: het plan van Karsten Klein (CDA) is juist het SLUITEN van de buurthuizen en wijkcentra onder het motto ‘Buurthuis van de Toekomst’: dat ‘Buurthuis van de Toekomst’ bestaat slechts uit onderkomens elders: in sportcentra, verzorgingshuizen, op internet etc, maar NIET meer in wijkcentra!
Dat je als staande op de lijst van het CDA een flyer bij mij in de bus propt, waar je beweert dat je CDA moet stemmen als je het wijkcentrum wilt behouden, en inspraak van de buurt wilt bevorderen, terwijl jullie eigen wethouder Karsten Klein juist ALLE WIJKCENTRA WIL SLUITEN, is een godspé. Daniëlle Koster, nr. 2 op je kieslijst heeft na het verkiezingsdebat in De Kruin op 4 maart deze bezuinigingsplannen van Karsten Klein tegenover mij persoonlijk vol verve verdedigd!
Dat je met leugens stemmen probeert stemmen te trekken is kwalijk. De mensen die door die flyer CDA gaan stemmen tekenen juist het doodvonnis voor het wijkcentrum dat zij denken hiermee te behouden.
Ik voel mij hierover behoorlijk in de aap gelogeerd: straks beman ik het stembureau in nota bene De Kruin. En dan vertellen wijkbewoners aan mij spontaan vol trots dat ze CDA gaan stemmen, omdat ze het wijkcentrum open willen houden, terwijl ze er juist het omgekeerde mee bereiken!!! En ik mag als stembureaulid niets zeggen, omdat het niet is toegestaan om kiezers te beïnvloeden.
Ik vind dit een kwalijke vorm van kiezersbedrog! En daar is maar één antwoord op:
een beetje Venetië gevoel bekruipt mij bij het zien van zoveel water
Een vreemd telefoontje als je hoort dat de Celebesstraat onder water staat. Ik vang het op van Ed aan de OK-tafel. Albert-Jan van der Neut ziet het uit het raam waar hij ’s woensdags computerles geeft.
Een rivier in de Celebesstraat? Ed heeft geen tijd dus dat is toch een onderzoekje waard. Op weg er naartoe tip Ik Roel ook nog even op het Plein waar iets officieels aan de gang is. Samen rijden wij op zoek naar water in de Indische buurt.
een ondergrondse gang naar de overkant wellicht?
De straat ziet eruit als een beheerste overstroming en dat blijkt het ook. Maar liefst 400 kuub water wordt binnen de kunstmatige dijkjes per dag in de openliggende straat gepompt om de ondergrond te verdichten. Men kiest voor deze methode omdat dit geen trillingen veroorzaakt in deze monumentale omgeving.
Alle huizen krijgen nieuwe aansluitingen op het riool en dan wil er weleens een gat in de ondergrond vallen.
oh staan de nietjes uit de Grote Marktstraat hier …
Deze waterpartij duurt zo’n drie dagen en verloopt met zo min mogelijk overlast voor de bewoners en de woonhuizen.
Den Haag is in rap tempo aan het veranderen in een militaire zone. Hekken van 3,5 meter dwars door de stad, honderden slimme camera’s op straat en steeds meer random politiecontroles. Daar komen nog bij 13.000 agenten, 3.000 marechaussee, 4.000 militairen, 3 marineschepen, 2 straaljagers en luchtafweergeschut bij. Dat alles om 53 wereldleiders zo’n 12 uur met elkaar te laten praten over zogenaamde nucleaire veiligheid. Activisten trokken er op uit om de Gemeente Den Haag een beetje te helpen en plakten posters met als kop “Welcome to the militarised zone”.
Wij roepen dan ook iedereen in Den Haag op om mee te doen aangezien de Gemeente al zo’n kluif heeft aan al die meters hek en al de broodjes die gesmeerd moeten worden voor de politie en het leger. Download hier de poster en plak er op los!
De tekst die op de poster staat kan je hier onder lezen:
Welcome to the militarised zone
Please keep in mind during your stay:
To ensure your, but mainly our safety we have declared The Hague a militarised zone. 20.000 soldiers and police officers patrol the streets and we have deployed jets to keep watch on your every move.
We understand that 200 million euros sounds like a lot of money to spend on two day conference like the NSS. Please understand that even though we are living in times of hunger and unemployment, the power of our leaders is more important than the lives of people.
The Nuclear Security Summit is more important than you are, So shut the fuck up or piss of from this city!
The Hague, the city of peace and justice, wishes you a pleasant stay!
In de auto op de terugweg zei Niek terecht: “Je moet er geweest zijn om het te begrijpen”. Over hoe het ontstond is deze passage van de bedenkster Oud Zeikwijf illustratief: Blogbal 2014 aantekeningen voor BNN interview
Ik weet van mezelf niet wat mij nu meer gelokt heeft: de mooie poster, een aantal spannende verhalen en tweets over deze en afgelopen edities, of de plek van samenkomst. In ieder geval begaf ik mij als De Bob met twee meeliggers van Haagspraak (Niek en Edwin) afgelopen vrijdag naar de Amsterdamse Kunstenaars sociëteit Arti et Amicitiae, de Amsterdamse pendant van onze eigen Haagsche Pulchri Studio, maar wel wat mooier dan Pulchri vind ik als Berlage aanhanger. Daar zou het Blogbal plaats vinden. Op dezelfde avond als het Boekenbal natuurlijk.
Dit was het vierde editie. De vorige editie in 2013 had zich in een kraakpand afgespeeld. Eerdere edities in De Balie. Als reactie daarop was Arti et Amicitiea gekozen.
Bij binnenkomst viel mij gelijk een stel op dat volgens mij uiterst belangstellend was, maar eerder op toeschouwers leek dan op bloggers. toeschouwers?
Het was even wennen. Aan de linkerkant van de zaal was een podium waarop zich de Blogbattle afspeelde. Een aantal bloggers had zich daarvoor opgegeven en moest gedurende maximaal 3 minuten iets voordragen. Door middel van een applausmeter zou worden bepaald wie de winnaar is. De rechterkant van de zaal waar de bar staat was er meer om met elkaar te kletsen. Als ex roker noteerde ik ook nog een vrij grote rookzaal die redelijk druk bevolkt was, maar dermate aan slechte ventilatie lijdt dat ik me er niet in waagde. Bij de bar kon je letterlijk niets verstaan van de optredens. Daar werd gewoon doorgeluld. Dat was de bedoeling, maar ook wel een beetje verwarrend.
Ik wil geen Marokkaan als man
Ik heb een bezemsteel
Ik was blij dat ik druk kon zijn met mijn nieuwe camera, want wat ik bij vlagen beluisterde van de optredens deed mij wat puberaal aan: Een blogger werd aangekondigd als hebbend de grootste penis en een ander moest zich ontladen met nogal wat vunzige scheldwoorden. Een dame bereed de bezemsteel en een andere dame betreurde hoe ze een Marokkaanse jongeling had genaaid….. Ik had gelukkig mijn handen vol aan het scherp krijgen van de beelden wat niet geheel tot tevredenheid is gelukt.
ROFLOL (bijna)
De battle werd gewonnen door de persoon die het organiserend trio het meest aan het lachen kreeg, mijn plaatje is helaas wat onscherp, maar ze rolden bijna over de vloer van het lachen.
Winnaar Blogbattle 2014
Conclusie
Als u vraagt: “Heb je spijt dat je bent gegaan?” dan zeg ik: “Nee hoor, in tegendeel, als blogger is het altijd weer spannend oude en nieuwe bekenden IRL (In Real Life) te ontmoeten”. “Ja maar, en die onnozele optredens dan?” “Ook daar moet je je niet al te druk over maken, bloggen moet je zeker niet al te serieus nemen, dat doen al genoeg mensen, je pikt er altijd wat van op, in dit geval een site van best wel een aardige dichter:
Een mooie jonge novelle, zo kan je het boekenweekgeschenk van Tommy Wieringa het beste omschrijven. De auteur, die al eens het verwijt op zijn dak kreeg dat hij aan ‘mooischrijverij’ zou doen, komt met name in het begin van het boek met een reeks prachtig beschreven scenes. Hij wisselt af en toe van camerastandpunt als hij de prille verliefdheid van zijn oudere hoofdpersoon (Edward Landauer, 42 jaar) met zijn 14 jaar jongere Ruth beschrijft.
Moeten we ons hier aan storen? Absoluut niet: de beschrijvingen zijn in lijn met de geestesgesteldheid van Edward, die de leegte in zijn bestaan gevuld lijkt te hebben met de verovering van een prachtige ‘lichtvoetige heidense godin’. Als ‘een lichtvlek op de bosgrond’. En met een kleine Haagse verwijzing: aan het mooie taalgebruik van onze Louis Couperus storen we ons na ruim een eeuw ook niet. We genieten ervan.
Tommy Wieringa in gesprek op het ECL, Haarlem. Foto: Thomas Sandfort
Dat doet de mannelijke hoofdpersoon van ‘Een Mooie jonge vrouw’ ook. Net als in de eerste jaren van zijn wetenschappelijke carriëre leeft hij in een roes. Zijn bezit van zijn jongere echtgenote komt hem als onwerkelijk over. Daarin bevindt zich dan ook de tragiek van het verhaal. Zodra Edward langzaam weer in contact komt met de realiteit en hij zijn leven met Ruth als een normale zaak gaat ervaren is de neergang van de relatie eigenlijk al ingezet. Hij gunt haar een kind, of hij zelf vader wil worden, wordt aanvankelijk niet helemaal duidelijk. Maar dat is het voor Edward zelf ook niet.
De neergang van zijn relatie wordt parallel beschreven aan zijn fysieke aftakeling, maar vooral aan zijn toenemende mentale ontreddering. Gedurende het verhaal verliest Edward langzaam het gevoel grip te hebben op zijn eigen leven. Hij neemt nog een minnares, weer een flink aantal jaren jonger dan zijn vrouw, om de rush weer terug te krijgen, maar ook zij biedt hem geen ontsnapping uit zijn innerlijke emotionele woestijn.
Het verhaal is, afgezien van de eerste 2, 3 hoofdstukken, grotendeels chronologisch beschreven. Het speelt zich af in het tijdsbestek van een jaar of 6, met af en toe wat flashbacks en herinneringen.
(Spoiler alert)
De hoofdpersoon, (Prof. Dr.) Edward Landauer wordt nauwlettend gevolgd, de andere karakters zijn nauwelijks uitgewerkt. Daar kan je bezwaren tegen hebben, maar je kan ook zeggen dat dit wel past bij de beschrijving van het leven van iemand die vooral op zichzelf gericht is. Het verhaal van Edward is dan ook doordrongen van zijn onmogelijkheid om daadwerkelijk in contact te komen met de mensen om hem heen. Helemaal aan het eind van het verhaal komt er ook een scene waarin de hoofdpersoon zich herinnert ooit een kip te hebben gered uit de legbatterij: het beest leidt na deze ‘redding’ uiteindelijk een ellendig leven, geterroriseerd door andere, veel kleinere kippen, simpelweg omdat het beest nooit gesocialiseerd is. De metafoor is duidelijk.
Daar komen we ook bij een manco van het boek: thema’s zoals ‘het ervaren van de pijn van de ander’ worden uitgeschreven, maar niet verinnerlijkt. Het blijven veelal laagjes die in stukken tekst toegevoegd zijn aan het verhaal, soms licht filosofisch, maar nooit diep geïntegreerd in de gebeurtenissen.
De vraag is natuurlijk of de vorm van de novelle zich hiertoe leent, 93 pagina’s hebben nou eenmaal hun beperkingen. Alles bij elkaar kan wel gesteld worden dat dit een boekenweekgeschenk is van bovengemiddelde kwaliteit. Een boek dat de moeite waard is om te lezen.