Gebak

Moorkoppen. Bron foto: Wikipedia.
Bron foto: Wikipedia.

Mijn favoriete gebakje is al mijn hele leven de moorkop: een bol van luchtig kookdeeg met slagroom van binnen en bovenop een laag zacht-knapperige chocola en met daarop weer een toef slagroom. Een heerlijke combinatie van zoete smaken en beet-sensaties. Vroeger met een glaasje priklimonade en later bij een kopje koffie. Op nummer twee de tompouce met zijn krokante feuilletédeeg, romige puddingroom en met bovenop varkensroze, suikerzoet fondant.

In het Haagse middenklasse-milieu waar ik uitkom, was altijd sprake van gebak. En niet van taartjes, zoals ik later uit de betere kringen vernam hoe je dat moest noemen. Altijd flauwekul gevonden en een taart is wat anders dan een gebakje. Soms hadden we een overheerlijke soesjestaart (profiterolles), maar op verjaardagen waren er vroeger doorgaans gebakjes. Zoals de moorkop, het hazelnootgebakje, een met vruchten of gember, een mocca-gebakje, een met marsepein, een slagroomhoorntje, een appelpunt of schuimgebakje. En dan ook verder door het jaar wel petit-fours bij de thee.

De Haagse banketbakkers die ik me herinner waren Engelhard, Lensvelt, Van der Meijle, Boheemen en nog een paar waarvan ik de naam niet meer weet. Zoals de banketbakker op de Beeklaan met voortreffelijke appelschuitjes, met een hele gesuikerde en gebrande appel in de korst: een traktatie bij verjaardagen op het werk. Of sachertorte eten in de Wiener of in het Haags Filmhuis. En de bijzondere en lekkere hazelnoottaarten en -gebakjes van Maison Kelder.

Den Haag is altijd een stad geweest van banketbakkers en heerlijke gebakjes en taarten. En veel gelul, maar wel gebak van Krul.

MobyDirk 2015.

Anna Cornelia, een naam uit het verleden

Vernoemd naar een van de schuiten van de Firma Jansen. Foto door Roel Wijnants.
Vernoemd naar een van de schuiten van de Firma Jansen.

Wie kent ze niet? De diverse bordjes, die je in een aantal Haagse grachten tegen komt. Ze zijn net iets boven de waterlijn aangebracht.

Het is een kunstproject en heeft een relatie met de Energiecentrale (GEB) aan de Constant Rebecquestraat.

In het verleden voer de firma Jansen met een aantal schepen dagelijks van de kolenoverslag aan de Laak naar de Energiecentrale, die tot 1967 met kolen werd gestookt.
Schepen hebben om diverse redenen vaak vrouwennamen. Zo ook de platte schuiten van de firma Jansen, de namen van de schuiten komt men tegen vanaf het begin tot het eind van de route, die de schuiten dagelijks een aantal keren aflegde. Hier bij Vaillantlaanbrug is het bord met Anna Cornelia te zien.

Drie herinneringen nu

I: Gijzeling.

Op vrijdag 13 september 1974 vond er in Den Haag een gijzeling plaats van de Franse ambassade aan het Korte Voorhout door terroristen van het Rode Japanse Leger. Het was de eerste gijzeling in Nederland. Die avond zat ik met de toneelclub van mijn middelbare school -ik was veertien jaar- in de Koninklijke Schouwburg die pal tegenover de Franse ambassade staat.

Al in de pauze werd er op het toneel melding gemaakt wat er aan de hand was en werd verteld dat we na afloop nog moesten wachten en via een achteruitgang de schouwburg zouden verlaten. Uiteindelijk verlieten we de schouwburg via het kleine straatje naast de schouwburg. Maar toch kwamen we dan uit aan de voorkant tegenover de Franse ambassade en werden we verder weggeleid. Ik kon zo naar de verlichte ramen kijken, hoog in het gebouw en naast de schouwburg zag iedereen sluipschutters liggen in het ministerie van Financiën dat toen nog in aanbouw was. Het was donker, spannend en luguber.

Vier dagen later vond de ontknoping plaats van de gijzeling met een vrijgeleide naar het buitenland. De terroristen en de gegijzelden met de Franse ambassadeur vertrokken met een bus naar Schiphol. Ik woonde toen vlak achter de route en ben met een vriend op het laatste moment gaan kijken op de Benoordenhoutseweg. We lagen verscholen in de berm van de weg. Er reed een colonne voorbij met op het eind de grote bus. Alle ramen waren ingeslagen en ik zag duidelijk de loop van een geweer naar buiten steken en het gezicht van de Franse ambassadeur. Het is allemaal goed afgelopen.

II: Oorlog.

Met demonstraties heb ik niet veel op. De eerste keer dat ik demonstreerde was begin jaren tachtig tegen de Shell in Zuid-Afrika. Het was een demonstratie bij de Zuid-Afrikaanse ambassade in Den Haag. Het eindigde in rellen en ik was daardoor zwaar teleurgesteld. Daarna heb ik nog meegelopen in de anti-kruisrakettendemonstratie in Den Haag. Ik zat toen in militaire dienst en wilde per se in mijn uniform demonstreren hoewel dat verboden was. Met een groepje dienstplichtigen werden we als helden onthaald. Dat beviel me totaal niet en halverwege ben ik naar huis gegaan om nooit meer mee te doen aan dit soort manifestaties die grenzen aan massa-hysterie. Maar in 2004 ’s avonds toch naar de Dam gegaan voor de lawaaidemonstratie op dag dat Theo van Gogh werd vermoord. Maar nu met de aanslag op Charlie Hebdo blijf ik thuis en verwerk ik mijn woede op mijn eigen manier.

En later op de avond mailde ik nog:

En verder zitten er zoveel kanten aan, nu te veel om voor mij te overzien of aan te halen, maar ik kies uiteindelijk altijd voor het menselijke en het kleine en minder voor de grote woorden en daden …

III: Vrijheid.

Al daarvoor had ik met twee meisjes experimenteel gezoend, maar mijn eerste opwindende contact met een meisje was toen ik dertien jaar was en slowde met Maaike uit de straat, ze was een jaar ouder. Het was op een feestje in een garage in de Roelofsstraat waar Marieke een aantal tieners uit de straat had uitgenodigd. Het was een kleine garage die voor de gelegenheid was aangekleed met visnetten, druipkaarsen en spaarzaam gekleurd licht. In een hoekje stond een pick-up met singletjes. Ik was toen al gek op muziek en op dansen en ook ontluikte mijn belangstelling voor meisjes. Het was in mijn herinnering meer een oefen-feestje van jonge tieners om elkaar beter te leren kennen en hormonaal met elkaar om te gaan.

Maaike was een aantrekkelijk meisje, groot en met al behoorlijke borsten. Hoewel ik het niet precies begreep viel ik vooral op haar borsten. Er werden snelle nummers gedraaid, maar vooral ook slijpplaatjes, waaronder Je t’aime moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Die werd meerdere malen gedraaid. En toen vroeg ik Maaike. En alleen op dat nummer heb ik die avond geschuifeld. We draaiden rond in elkaars armen. Ze rook sterk naar scherpe parfum en ik voelde hoe haar borsten zich tegen mijn borst drukten. Dat vond ik bijzonder opwindend. Maar het was nog allemaal vrij voorzichtig en er gebeurde verder niets.

MobyDirk 2015.

Den Haag Popstad Nummer 1!

Ook al woon ik al weer wat jaren niet meer in Den Haag, je houdt toch altijd een warme band met je moederstad. Voor mij is dat vooral ook de Haagse popmuziek die ik nog steeds probeer te volgen. En nu ben ik een liefhebber van de oude Haagse beat, maar ik heb ook altijd interesse in de muziek van nu gehouden. Die volg ik dan via de clips van YouTube.

Ruim twintig jaar geleden heb ik met een Haagse vriend een serieuze poging ondernomen om een documentaire te maken over de opkomst en ondergang van de Haagse beat; Den Haag Beatstad Nummer 1! Veel energie in gestopt, maar uiteindelijk strandde het bij de fondsen van de omroep. Heel jammer, want ook nu na twintig jaar is zo’n documentaire er nog niet gekomen, en dat zou toch wel eens hoog tijd worden. Maar ik weet uit het geruchtencircuit dat er in 2015 misschien nog een docu gaat komen over de gehele Haagse popgeschiedenis. Ik hoop dat het ervan komt.

Nu heb ik onlangs het montage-programma Moviemaker van Windows ontdekt. Gratis en makkelijk in gebruik voor simpele montages. Mijn eigen footage staat al op YouTube, dus wat dan? Toen kreeg ik van de week het idee om een compilatie te gaan maken met fragmenten van Haagse popclips die op YouTube staan. Een goede oefening en wellicht ook nog aardig. En zo maakte ik vrij snel een plak- en knip-montage van een uur. Die kon ik vanwege rechten niet terugzetten op YouTube en probeerde Vimeo. Ook dat stuitte op problemen en moest ik een paar fragmenten wegknippen, maar bovendien kun je niet meer dan 40 minuten op Vimeo zetten, en heb ik vrij willekeurig de fragmenten helaas verder moeten inkorten. Maar het staat er nu op.

En nu kan ik hier wel een analyse geven over de kern van wat de Haagse beat en pop nu precies is en hoe het zich heeft ontwikkeld, maar dat doe ik niet. Dan gaat het weer over indorock en de bluf en branie van de beatmakers. Ik beperk me nu door de montage hieronder sec te plaatsen en dan kun je zelf een beeld en mening vormen. De meeste losse fragmenten zijn wel bekend, en kort, maar hopelijk lang genoeg om alles bij elkaar na afloop als een groot samenhangend geheel te beschouwen. Vrije associaties en reageer anders maar op wat je allemaal bij elkaar hebt gezien en gehoord. Een ding is voor mij zeker, Den Haag is nog steeds popstad nummer 1!

Kies een goed en ontspannen moment uit om te kijken en veel plezier.

Den Haag Popstad Nummer 1! – Compilatie clips 40 minuten – Vimeo.

Shocking Blue, Willy and his Giants, Bojoura, The Golden Earring(s), Kane, Livin’ Blues, Anouk, Greenfield & Cook, Sandy Coast, Urban Heroes, The Motions, Taymir, The Shane, Earth & Fire, Burma Shave, Kern Koppen, The Tielman Brothers, Supersister, Hallo Venray, Di-Rect, Bob Barbeque en Willy-Would-Be plus Agaath, F, Groep 1850, Bolland & Bolland, Harry Jekkers, Gruppo Sportivo, The Deaf, The Incowd, Q65.

Moby Dirk Freestyler 2014
Eigen paginaatje over het ontstaan van de Haagse beat: De Jongenskamer.

Du Midi

Mijn eerste bioscoopervaring was ergens rond 1965 toen ik een jaar of vijf. zes was. Ik ging met mijn oma en opa naar Sneeuwwitje van Walt Disney in de Haagse Passage-bioscoop. Bestaat niet meer. Ik kan me van de film nog het einde herinneren met de kwaadaardige heks. Het maakte indruk.

In de jaren daarna ging ik voornamelijk naar onze buurtbioscoop Du Midi in het Bezuidenhout, in de 2e Carpentierstraat, op de hoek van de Juliana van Stolberglaan, de laan waar ik ook tot mijn middelbare school woonde.

Voormalige bioscoop Du Midi in de 2e De Carpentierstraat. Bron: Haags Gemeente archief. Klik voor vergroting.
Bron: Haags Gemeente archief. Klik voor vergroting.

In Du Midi draaiden op de woensdagmiddag en mogelijk ook in het weekend kinderfilms. Het waren niet de beste films, soms een uitschieter met een live-action-film van Disney, maar vooral ook de oubollige Nederlandse kinderfilms als Dik Trom, Pietje Bell en Sjors en Sjimmie. Als kind zag ik al dat ze heel slecht waren en amateuristisch gemaakt. Voor de ouderen draaiden er ’s avonds min of meer recente films die in andere bioscopen waren uitgedraaid. Daar ben ik later eigenlijk nooit zo naar toe geweest.

Bij de jeugdfilms was het vaak rumoerig in de zaal en werd er ook door wat schoffies uit de buurt rottigheid uitgehaald, bijvoorbeeld door erwten naar het doek te gooien. Maar er was een oudere vrouw met een knotje en een streng uiterlijk met bril die de leiding had over de bioscoop. Ze greep altijd ogenblikkelijk in en schroomde niet om iemand de zaal uit te gooien. We waren bang van haar, een soort van feeks.

Maar al voor mijn veertiende jaar (de leeftijdskeuring toen) ging ik niet meer naar kinderfilms, maar naar de grote spektakel- en actiefilms als James Bond. Du Midi was verleden tijd. En ik was ook inmiddels verhuisd naar het Benoordenhout.

Maar op het eind van mijn tienertijd maakte ik weer kennis met de bioscoop. Mijn ietwat oudere zus had er een part-time-baantje als ouvreuse en zo kwam ik op mijn achttiende er ook part-time te werken achter de kassa, een baantje naast mijn studie. Mijn ouders waren blij met onze bijbaantjes, want zo hoefden ze voor ons niet meer het ziekenfonds te betalen, dat deed Du Midi nu.

En dan ga je toch anders tegen zo’n bioscoop aankijken. Zo wist ik al snel dat de bioscoop kort voor de oorlog gebouwd was als synagoge. Het zal niet lang gebruikt zijn door de oorlog, maar het moet ook na de oorlog nog een aantal jaren zijn gebruikt totdat het sloot en werd verkocht.

In 1930 telde Den Haag ruim 10.000 joden en na de oorlog waren dat er een 2.000, waarvan de meesten ondergedoken hadden gezeten. In de oorlog werden de diverse synagogen geplunderd. Een aantal synagogen werd na de oorlog gesloten en verkocht, waaronder het latere Cinema Du Midi dat in 1959 werd geopend. En de koper van de synagoge zal dan de man zijn geweest die ik nu als de eigenaar van Du Midi kende, de heer Schaap, een joodse man, die toen ik er werkte al erg oud was, hij werd ook de ‘ouwe Schaap’ genoemd. Ik denk dat hij al tegen de tachtig liep.

Maar toch kwam hij nog een paar maal per week met zijn Citroën DS langs en bemoeide zich vooral met de weekomzet. Hij had altijd twee koffertjes bij zich. Daar vervoerde hij het geld mee. Ik groette de man wel altijd, maar veel praten met hem deed je niet. Wel werd ik een paar maal met een van zijn koffertjes naar de bank in de Theresiastraat gestuurd om enkele tienduizenden guldens af te storten. Ik vond dat toen toch wel verantwoordelijke en enigszins riskante, zo niet gevaarlijke opdrachten.

Voor de ouwe Schaap was geen opvolging, ik geloof niet dat zijn kinderen enige interesse hadden. En zo goed ging het ook niet met de bioscoop. Jongeren bleven liever thuis tv kijken en ouderen hadden de films die ’s avonds draaiden vaak al gezien. Maar soms was er ook een hit met een film, zoals met Annie Hall van Woody Allen en Watership Down. De laatste film was een tekenfilm die het in andere bioscopen niet bijzonder had gedaan. Du Midi mocht hem afdraaien, maar opeens wordt het thema-nummer van de film, Bright Eyes van Art Garfunkel, een enorme hit en trekt de film opeens volle zalen. Ik heb dat nummer daardoor vaak gehoord, te vaak.

Du Midi begin jaren negentig. Bron: Haaglander, op Flickr.
Du Midi begin jaren negentig. Bron: Haaglander, op Flickr.

Alle ouvreuses en kassiers waren jonge mensen van mijn leeftijd. We hadden zo een leuk clubje dat onder leiding stond van Rob Klomp, de bedrijfsleider en die studeerde aan de TH in Delft. Maar de algehele supervisie was nog steeds in handen van die oude heks die ik van vroeger kende. Maar dat bleek een allerliefste vrouw op leeftijd te zijn, al ver over de 65, mevrouw Vieveen. Wat kan een mens zich vergissen. Ze praatte altijd honderduit, over de jeugd van tegenwoordig en over vroeger. Ze wist alles van goede manieren. Een genoegen om naar haar te luisteren. ’s avonds werd ze altijd door haar man met de auto opgehaald. Ook even aimabel, hij was musicus geweest in een zigeunerorkestje dat vooral op de Holland Amerika Lijn had gespeeld. Hij had ook altijd mooie verhalen over vroeger.

Dan was er nog een oudere man die wel eens opdook, de heer Lohman, die vroeger voor de KRO had gewerkt. Wat zijn rol precies was weet ik niet meer, maar mogelijk was hij de zakelijke man van de bioscoop, of een adviseur van de ouwe Schaap. En wederom een aardige man die graag over vroeger mocht vertellen.

Tot slot was er nog de operateur die in vaste dienst was en full-time werkte. Een vrij jonge, Hindoestaanse jongen. Wat introvert en gericht op de techniek. Leerde hem wel vrij aardig kennen. Later werd hij de hoofd-operateur van het Omniversum en heb ik hem een keer opgezocht in de indrukwekkende filmcabine met de enorme IMAX-projector.

En zo was het bij elkaar een leuk, klein familie-bedrijf om bij te werken. En vooral onderling met de jongere part-timers was er wel lol en contact. Maar later ging de studie voor en stopte ik, en een paar jaar later in 1984 sloot Du Midi voor goed zijn deuren. Tien jaar later in 1994 werd het gesloopt en nu staat er een woningcomplex. Tot slot nog twee anekdotes die ik me nog goed herinner.

De suikerzakjes

Bron: Catawiki.
Van Catawiki.

In Du Midi waren twee foyers, een grote beneden en een wat kleinere bij het balkon die alleen open ging als het erg druk was. In de pauze liep er ook iemand in de zaal rond met een houten, mobiel-verkooptableau, vooral voor de chocolade-ijsjes van Florencia met op de buitenkant een pinguïn op de verpakking (NB: Ik heb die grote ijsmachine voor de chocolade-ijsjes ooit ook als kind gezien, achter in de zaak aan de Torenstraat). Enfin, maar in Du Midi was er bij de entree ook een garderobe, daar zat mevrouw Vieveen altijd, want de meest centrale plek. Ook hielp ze mee in de pauze in de foyer, of placeerde ze soms bezoekers. Vooral de laatkomers, met een zaklampje de zaal in.

In de pauze werd er ook koffie geschonken uit een grote, elektrische koffiezet-ketel. Gewone filter-koffie en met een schepje Buisman. Bij de kopjes koffie kreeg iedereen een zakje suiker met de opdruk van de bioscoop. Dat was reclame, maar het had ook als functie dat daarmee het aantal kopjes koffie werd geteld voor de kasopmaak. Er was een speciale doos met suikerzakjes die dus iedere dag geteld werden. De doos zat in een grote kluis waar mevrouw Vieveen over waakte. Maar ja, niet iedereen gebruikte zijn zakje en was fraude niet uitgesloten. Ik geloof niet dat ermee gesjoemeld werd.

De Yorkshire Ripper

De diverse ruimtes in de bioscoop waren met elkaar verbonden door een klein, intern telefoon-netwerk met oude, zwarte, bakelieten telefoons met een draaischijf. Daar werd voor de leut veel gebruik van gemaakt als er niet veel te doen was en je met elkaar wilde praten. In de kassa stond ook een telefoon die op het gewone telefoonnet was aangesloten. Ook voor reserveringen natuurlijk. Aan de telefoon hing een antwoordapparaat voor de tijden dat er niemand was. Het antwoordapparaat luisterde je af en noteerde je soms een reservering. Er zat een standaard-bandje in dat was ingesproken. Maar ergens eind jaren zeventig is de Engelse politie naarstig op zoek naar een seriemoordenaar, de Yorkshire Ripper. Allerlei onopgeloste moorden, maar nu had Scotland Yard een belangrijke aanwijzing; ze hadden de stem van de vermoedelijke dader op band staan. Die kon je beluisteren als je naar een telefoonnummer belde. En zo had iemand van Du Midi naar Engeland gebeld en het huiveringwekkende fragment op het antwoordapparaat opgenomen en zo was het een tijd te horen voor iedereen die belde. Ik heb thuis nog eens gebeld naar de bioscoop en vond het een geweldige grap. Verder leidde het tot geen opschudding, of wat dan ook. Maar vergeten doe je zoiets dan niet.

In de loop van mijn Haagse jaren ben ik in veel bioscopen geweest, heb er ook nog verder in gewerkt, en heb ik veel films gezien. Ook altijd interesse voor de bioscopen zelf gehad. Daar wil ik later misschien nog weleens meer over schrijven. Maar nu eerst deze geschiedenis van Du Midi, een kleine voetnoot uit mijn persoonlijke en de Haagse geschiedenis.

Auteur: Moby Dirk. (Amsterdam – Den Haag 1960)

Met dank aan Haagspraker Ed Gool die voor dit artikel onderstaande foto van de nieuwbouw maakte.

NB:

De oorspronkelijke synagoge in de 2e Carpentierstraat (nummer 141 D) is ontworpen door de architecten J.S. Baars en J. Hegt. Het werd in 1937 gebouwd en werd in 1938 in gebruik genomen. Aan de zijkant bevonden zich drie langwerpige, gebrandschilderde ramen, gemaakt in het atelier van W. Bogtman, naar de ontwerpen van L. Pinkhof uit Den Helder.

De synagoge kon later makkelijk worden verbouwd tot bioscoop. In een synagoge bevindt zich vaak een balkon met een aparte vrouwengalerij, ook in deze synagoge. En dat werd later het bioscoop-balkon van Cinema Du Midi.

Mogelijk zijn er begin jaren negentig nog house-feesten gehouden, en waren er plannen om er een grote disco van te maken. De details weet ik niet.

Nieuwbouw 2e Carpentierstraat. Foto door Ed Gool.
Nieuwbouw 2e Carpentierstraat. Foto: Ed Gool, oktober 2014.

Bronnen:
Haags Gemeente archief, Haagse Beeldbank.
Catawiki Verzamelaarsplatform.
Haaglander.
Reliwiki: Artikel Het Vaderland 27 oktober 1937, Synagoge De Carpentierstraat.
Joods Historisch Museum, Joodse geschiedenis Den Haag.