Haagse Graffiti Chroniqueur kent de hele Wereld

Akbar

Akbar is auteur op Haagspraak, soms wellicht tegen wil en dank, maar vooral is hij een gewild fotografisch chroniqueur van de Haagse graffiti scene en soms die van andere plaatsen die in een al dan niet wijde cirkel om Den Haag heen liggen. Daarnaast is hij ook nog eens chroniqueur van het Haagse straatleven en soms het straatleven van plaatsen die al dan niet in een wijde cirkel rond Den Haag liggen. Casper maakte bovenstaand portret van Akbar dat naar mijn mening wat beter geconserveerd moet worden dan uitsluitend op het snel weg zakkende FaceBook.

Maar dat was niet de aanleiding voor deze post. Dat was een foto van een graffiti artiest, Nils Westergard, helemaal aan de andere kant van de grote vijver zoals de Amerikanen de Atlantische Oceaan ook wel noemen. Die had een foto uit de straatfotografie portfolio van Akbar gebruikt als inspiratie voor een levensgrote mural in Virginia:

Graffitty by Nils Westergard

Graffiti by Nils Westergard finished

Nils werd door deze foto van Akbar geinspireerd:

Apple girl

En nu nog het videootje ervan:

GAAFF!

Informatieborden Lange Voorhout

DSC07447a
Tijdens een van mijn wandelingen ontdekte ik dat diverse panden aan het Lange Voorhout zijn voorzien van mooie en duidelijke informatieborden aan de gevels.
Ik vind dit een mooi initiatief, nu kunnen wandelaars en andere dagjesmensen de geschiedenis van de historische panden lezen.
Jammer is wel dat de borden niet voorzien zijn van QR-codes zodat via de mobiele telefoon deze informatie ook beschikbaar is in diverse talen.
De toerist mist op deze manier veel informatie om een dagje Den Haag te laten slagen.
DSC07577a

DSC07452a

Hier is naar mijn mening niet goed over nagedacht. Ik heb Den Haag Marketing eens gevraagd hoe dat zit en of dat niet op meer panden kan en houd u op de hoogte van het antwoord.

Fotoexpositie Paradise

‘Paradise,’ stond er op de uitnodiging die Katarína Gališinová mij stuurde, ‘Where the grass is green / and the girls are pretty’. Het was nog op loopafstand ook.

Net als nagenoeg iedereen bij Haagspraak heb ik iets met fotografie, dus was er niets om mij te weerhouden langs te gaan bij een expositie van jonge fotografen. ‘In opleiding,’ zou ik er dan bij moeten schrijven, maar dat vind ik niet relevant. Wat ik precies kon verwachten wist ik niet, wel dat er voor elk van de exposanten vier maanden werk in zat en dat Katarína, die vrijwilligster was bij de vluchtelingen in de Sacramentskerk, iets met vluchtelingen zou hebben gedaan. Dit was al drie jaar haar item.

Het persoonlijke paradijs

Aanvankelijk viel de breedte van het tentoongestelde werk op. Het thema ‘Paradise’ leek voor elk van de fotografen andere beelden en betekenissen op te roepen. Zo was er de Litouwse Audrius Kriaučiūnas die palmbomen fotografeerde, in de truttigste Nederlandse voortuintjes. Bijna surreëel. Het Paradijs bleek in catalogi en tuincentra te koop te staan, in kleine stukjes. Ook waren er kunstenaars die kozen voor overweldigende natuurbeelden of, zoals Maya van Wingerden, de onzichtbare wereld van het microscopisch kleine, kwetsbare, maar ecologisch zo belangrijke algen in het Marsdiep.

Het universele paradijs

Achter de verscheidenheid van hun werk tekende zich ook een concensus tussen de fotografen af: Het Paradijs bleek ook universele kenmerken te hebben. Zo was het eigenlijk altijd onbereikbaar, door tijd en ruimte van ons gescheiden. Of dit nu kwam door een verschil in schaal, zoals bij de algen (Maya van Wingerden), door de onmogelijkheid terug te keren naar de jeugd (Laura Luca)

Grenzen aan het paradijs

of omdat er een fysiek hek omheen stond, Het Paradijs was begrensd. En altijd stond je er buiten. De Zwitser Florian Amoser, die de hekwerken en beveiligingscamera’s fotografeerde waarmee Nederlanders hun paradijsjes afschermen, liet zien dat Het Paradijs zelfvernietigend is dankzij de beschermingsmechanismen die de ander buitensluiten.
Ook Katarina Gališinová, die als een van de weinigen zei: “Paradijs bestaat, het is thuis” liep hier tegenaan. Zelf weg van huis in Slowakije probeerde ze net als de uit hun huizen verdreven vluchtelingen die ze fotografeert een nieuw thuis te creëren. Een thuis dat door veranderingen in het leven bleef ontsnappen.

Een docent zou tegen een van zijn fotografen gezegd hebben: “Waarom zie ik geen idyllische beelden, geen sprookjes, geen gelukzaligheid? Jullie zijn nog jong.” Daar had deze groep geen boodschap aan: Het Paradijs heeft als thema niet alleen zijn duistere kantjes, het is allereerst een vehikel om de conditio humana mee te onderzoeken.

Allerlaatste stukje Muziek Theater

Laatste stuk van  de  Anton Philipszaal

Roel bleek nog een later stukje muziektheater te hebben gefotografeerd.

Over het tijdelijke:

Ik vroeg de mijnheer externe betrekkingen van Jan Knijnenburg, de sloper, hoe dat zat. Ik zei: ”Jullie gaan echt snel, moet een makkie zijn zo’n tijdelijk gebouw…. ” waarop hij antwoordde: “Helemaal niet. Het zit prima in elkaar, kijk maar, we krijgen de pilaren maar heel moeizaam weg en de vloeren zijn ouderwetse gegoten vloeren. Niet kapot te krijgen. Ook de gevel zat heel goed bevestigd. Dat maken wij wel anders mee. Dan duwen we ertegen en valt het om.” Tot zover dus over dat tijdelijke uit de mond van de expert.

Laatste Stukje Muziek Theater

_DSC6091kl

Ik het kader van mijn poging om iedere dag iets gepubliceerd te krijgen een invullertje: Het laatste stukje van de Dr Anton Philipszaal dat nog overeind staat. Dit “tijdelijk” gebouw (zo werd het samen met het door Rem Coolhaas gebouwde Lucent Danstheater verkocht aan het publiek) werd in 1987 in gebruik genomen door het Residentieorkest dat toen al jaren zonder vast gebouw zat omdat het gebouw van Kunsten en Wetenschappen was afgebrand.