De hond van het café waar de Opûh Koffie plaats vindt, doet wekelijks verslag van deze Haagse bijeenkomst. Deze keer was er speciale aandacht voor het Sijthoffgebouw, dat niet zo lang geleden een facelift kreeg.
De wekelijkse Opûh Koffie verliep rustig, zoals gebruikelijk waren er weer veel iPads en camera’s aanwezig. Ook waren er één of twee fotografen die wraak namen op de fotografe die de afgelopen paar weken druk aan het schieten was geweest.
Roel en Theo waren deze keer druk bezig met het bespreken van het Sijthoffgebouw. Dit gebeurde aan de hand van een glossy folder die Roel meegenomen had. Iedereen bleek wel zo zijn mening te hebben over de bronzen ooievaars die aan de nieuwe gevel van dit gebouw hangen. De één vond ze mooi, de ander zag ze wel in handen van een Oost-Europese koperdief verdwijnen. Weer een ander leek het wel een leuk idee als ze allemaal een ADO-sjaaltje kregen.
Als hond cq. columnist liet ik me dit allemaal welgevallen. Theo Che bleek geen hondenkoekjes meegenomen te hebben. Dat viel dan weer tegen. Zoals gebruikelijk sluit ik dit stukje af met mijn eigen groet:
Ze zijn dus écht verdwenen, de twee antieke telefooncellen die tientallen jaren op de Hofweg stonden, direct naast de toegangspoort tot het Binnenhof.
Ze blijken eind 2013 van hun sokkel te zijn gehaald door KPN. Die wilde ze kennelijk vernietigen. De Haagse wethouder Rabin Baldewsingh stak daar een stokje voor. Tenminste, zo deed de gemeente voorkomen.
De bestuurder vond de cellen te waardevol en stelde voor ze te laten overbrengen naar het terrein van het Haags openbaar vervoermuseum aan de Parallelweg.
Leek een mooie oplossing alhoewel de cellen natuurlijk veel beter op hun plekje hadden kunnen blijven staan.
Leek, want de twee cellen zijn nooit op hun nieuwe locatie aangekomen! Ook al was er zogenaamd al een plekje voor ze vrij gemaakt bij de oude tramremise ter plaatse.
Bij het Haags openbaar vervoer museum wordt nu beweerd dat ze ‘ergens tijdelijk zijn opgeslagen’ en dat ze ‘te zijner tijd’ wel naast of tussen de oude trams en bussen zullen verschijnen.
De verdwenen telefooncellen, naar ontwerp uit 1931 van Brinkman & Van der Vlugt, foto: Geert Wirken
Als er ooit weer eens iemand aan de twee cellen denkt en ze gaat opzoeken op hun ‘tijdelijke’ locatie zijn ze waarschijnlijk verroest, is het glas gebroken en zijn de waardevolle onderdelen, zoals de opschriften gekleurd glas of de telefoontoestellen die er nog in hangen, gejat.
Met als conclusie dat het te veel kost om ze weer in hun oorspronkelijke staat terug te brengen en dat ze toch niet zo heel bijzonder waren. Einde verhaal. Ik ga toch maar een speuren waar die cellen dan nu zijn en wat er onder ‘tijdelijk’ en ‘te zijner tijd’ verstaan moet worden. Wordt vervolgd.
De verlinksing van de media is ook Haagspraak een doorn in het oog. Daarom vertegenwoordigt Tommy van Beek voortaan het rechtse geluid op ons blog. (Red.)
Sinds enkele weken komt er een, aanvankelijk verdwaalde, groep bloggers en straatfotografen mijn cafe binnenlopen. Zij waren door omstandigheden weggedreven uit hun vorige stek en besloten nu Cafe van Beek als vaste pleisterplaats voor de woensdagochtend te nemen.
Aanvankelijk stond ik wat argwanend tegenover ze, omdat de club, als zijnde mensen van de media, vrij links op mij overkwam. Als hond ben ik nu eenmaal een rechtse rakker, opzitten en pootjesgeven is mij met de paplepel ingegoten. Maar uiteindelijk heb ik besloten om deze groep recalcitrante Hagenezen toch maar als huisgasten te adopteren.
Hier ben ik dan, uw nieuwe columnist!
Zodoende ben ik maar begonnen met de bank van de heren onder te kotsen. Daar bleken ze echter niet van onder de indruk. Wel lieten ze in hun gesprekken doorschemeren behoefte te hebben aan een nieuwe columnist. Het profiel: intellectueel, eigenwijs en sociaal. De belangrijkste taak: het verslaan van de wekelijkse ‘Opuh Koffie’.
‘Ze’ zijn weg! Het viel me laatst pas op. Nu kan het zijn dat ik met oogkleppen op door mijn Den Haag fiets en wandel. Van de andere kant, kan ik me niet herinneren ergens een bericht te hebben gelezen, gehoord of gezien te hebben dat ‘ze’ werden weggehaald.
‘Ze’ stonden er in mijn herinnering altijd gezusterlijk – telefooncel schijnt een vrouwelijk woord te zijn – naast elkaar. Jaar in, jaar uit. Direct naast de poort die komende vanaf het Buitenhof toegang geeft tot het Binnenhof.
Beiden grijs. Van hetzelfde model uit 1931. Ontworpen door het architectenkantoor Brinkman en Van der Vlugt in opdracht van het toen nog bestaande staatsbedrijf PTT. Vierkant, met veel glas.
Bij de één stond bovenin de glazen wanden, op een blauwe achtergrond, met koeienletters Telefoon. Het aanpalende exemplaar wist zich getooid met een dubbel opschrift. Op een rode achtergrond was het woord Alarm aangebracht. Daaronder, op een blauw front, Brand-Politie.
Het duo bleef er ook staan toen de PTT in 1965 een grasgroene telefooncel introduceerde. En ook begin jaren tachtig toen er een driehoekige telefooncel in de straatbeeld verscheen. Die zou minder vandalismegevoelig zijn. Bovendien konden makkelijke bezoekers de driehoek niet meer als veredelde pisbak gebruiken.
De telefoonzuil uit 1995 had ook geen invloed op de gouwe ouwe grijze cellen bij het Binnenhof. Ze bewogen zich niet doch hielden stand. Als een soort relikwieën uit een ver verleden tijd. Net als de omgeving overigens.
Jarenlang keek ik vanuit mijn kantoor boven Dudok neer op de ‘dames’ telefooncellen. Ze werden zelfs keurig opgenomen in het nieuwe plaveisel rondom het Binnenhofcomplex. Ook al had vrijwel iedereen al een mobiele telefoon en was 112 bij de meesten van ons al een begrip.
Toegegeven, mijn werkgever verhuisde op een gegeven moment naar Rijswijk. In ik verhuisde mee. De grijze cellen in eenzaamheid achterlatend. Hoe dan ook, in 2012 stonden ze er nog. De twee zusters.
En nu blijken ze verdwenen. Geen spoor meer van te bekennen. Zelfs het tegelwerk ter plaatse is zo aangepast dat er een spoor meer van deze kleinoden te vinden is. Zeker ten offer gevallen aan de soms maniakale drang van politie, justitie en overheid om deze maatschappij te beschermen tegen opkomend terrorisme of wat daar voor door moet gaan. Alles moet ondergeschikt gemaakt worden aan ‘de veiligheid’.
En ja, dan staan die twee cellen hinderlijk in de weg. Stel je voor dat er iemand een bom in legt? Dat iemand zich erin schuil tracht te houden om een aanslag te kunnen plegen. En dat alles vlak naast ons regeringscentrum! Dat kunnen we natuurlijk niet dulden. Weg ermee! Opruimen die boel. Is toch waardeloos antiek.
Waar ze gebleven zijn, ik weet het niet. Ik heb een foto ontdekt met tientallen van de speciale Alarm-Brand-Politiecellen, afgedankt bijeen hokkend voor een kantoorgebouw ergens in Nederland. De ‘normale’ telefooncel zal wel gesloopt zijn. Het Postmuseum aan de Zeestraat, pardon Museum voor Communicatie, zal er wel aan één genoeg hebben. En die hadden ze al in de collectie. Dus glas eruit, eventueel voor de glasbak, en stalen frame als oud roest inleveren en om laten smelten. Zonder mededogen, medelijden laat staan historisch besef.
Hoe ziet een niet-demonstratie eruit? Kan de afwezigheid van demonstratieve uitingen op zich een demonstratieve uiting zijn? We zullen het nooit weten, want de ‘niet-demonstratie’ die door sympathisanten van vrijplaats ‘De Vloek’ werd opgezet zag er uiteindelijk toch echt uit als een demonstratie. Een vrij rustige demonstratie wellicht, met mensen die stilstonden op een pleintje, maar toch duidelijk een demonstratie: drie gele spandoeken met een zwart kruis erop en mensen die de mond afgeplakt hadden met tape.
Demonstratieve uitingen van mensen die zich beroofd voelden van hun recht op vrije meningsuiting. Door de Haagse burgemeester, Jozias van Aartsen, die, zoals Kwinten Keesmaat stelde in een radioprogramma gisteren, een demonstratie verbood op basis van drogredenen, en door een rechter die hier kritiekloos in meeging.
Maar zo eenvoudig laten de krakers van De Vloek en hun grote aanhang binnen de stad zich de mond niet snoeren. Middels een oproep om deze zaterdag naar het Kerkplein te komen, om ‘niet te demonstreren’, werd een stevige groep mensen op de been gebracht.
Monddood: demonstrante voor vrijplaats De Vloek. foto: Edwin IJsman
Weliswaar heb je met deze groep mensen nog altijd een kleiner gezelschap dan dat wat op zaterdagen de winkelstraten afschuimt, maar voor de Haagse politie was het reden genoeg om weer eens flink in de stress te schieten. De aanwezigheid van minstens zeven politiebusjes laat dat zien. Wat nou de verstoring van de openbare orde moest zijn bij deze samenkomst werd op geen enkel moment duidelijk, of het moest de politie zelf zijn, die bij herhaling op de trambaan ging staan.
Uiteindelijk werd na vieren enkele malen een oproep gedaan ‘om de demonstratie te beëindigen’, waarna de groep langzaam uiteen ging. Uiteindelijk bleef er een enkele demonstrant op een fiets over, met een bord. Gadegeslagen door zes man politie te paard. Ergens na half vijven fietste hij ook weg, ter hoogte van tramhalte Gravenstraat twee afgedropen agenten op hun rijwielen inhalend.
Vandaag liet het gezag in Den Haag wederom zien dat haar geldingsdrang slechts geëvenaard wordt door haar kleinzieligheid. Een efficiënte manier om als machthebber je authoriteit te verspelen. Wellicht is het tijd voor onze burgemeester om maar met pensioen te gaan. Hij heeft er de leeftijd voor.