HAAGGEDICHT

P1200516

HOFVIJVER

Seizoenen met het oog van nimphen
de Hofvijver
Haar eiland verzonken in December
is zij als een venus van ijs.
haar groen weer uitzaaiend in de vroege
lente, uitgroeiend tot een zomers festoen
waarin de vogels nestelen.

Haar water is geduldig. Eens heb ik het
doorwaad om er te overnachten (op het
eiland), mij te verdrinken in haar sei-
zoenen vol verpozen. Een Haagsche
Robinson Crusoe, echter maar voor een
nacht.

Daarna heb ik het eiland weer verlaten,
kon ik er maar voor immer mijn
tenten opslaan.

De vele vogels scheren over haar be-
zinnen. Meeuwen, ganzen en water-
hoentjes, en de twee nijlganzen ge-
trouw, zie ik seizoen op seizoen
weer ogen naar hun eiland.

G.P. Fieret

HAAGGEDICHT

4277532527_c91a36edfe_o

Oud Eik en Duinen

De kraaien zijn geen kraaien
meer, maar kauwen
hun zwarte werk verlicht

hier trekt je laatste adem
een kou doortrokken wintervacht aan
en zingt de lucht in stilte

de prikklok slaat nu nog eenmaal
gaten in de tijd, toch, wie er moet zijn
is aanwezig

hij die stof verlangt
wordt niet teleurgesteld, de grond
wordt dik belegd met ons gepeins

Wouter van Heiningen

Sonnet No. 5

Foto: Melissa Venable

Sonnet No. 5

Ik heb een hekel aan sonnetten.
Ik haat de orde en de regelmaat.
Van rijm en metrum krijg ik het te kwaad.
Toch laat ik mij door geen mens beletten

om af en toe zo’n kreng te schrijven.
Ik ben nou eenmaal gek op kattekwaad
en als dichter vaak te obstinaat
om zo lang in een vorm te blijven

hangen: een vers wordt dan gevang-
enis in plaats van poging tot verzet,
een ziekte die in elke regel, let-
ter van het gedicht van mij verlangt

dat ik mij door de waan laat lijden,
van het moment. Kunst moet bevrijden.

Sacha Kahn

Hendrikus Colijn

Met onze bajonetten
regen wij vrouwen en kinderen
tot een ketting aaneen.

We zetten ze op een hoop
en schoten erop.

Dat was niet zo fijn
voor Hendrikus Colijn.

Tegenwoordig
hebben wij gelukkig drones.

 

Sacha Kahn

*Hendrikus Colijn, voormalig ARP-politicus en minister-president in 5 kabinetten over de militaire expeditie naar Lombok in 1894: “Ik heb er een vrouw gezien die, met een kind van ongeveer 1/2 jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten, en zo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar ’t kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. ’t Was een verschrikkelijk werk. Ik zal er maar over eindigen.”

Colijn kreeg in 1895 de hoogste militaire onderscheiding in Nederland, de Willemsorde.

%d bloggers liken dit: