HOE ROOD KAN ROOD ZIJN?

Voor alles moet een eerste keer zijn, nog nooit eerder werd ik uit het veld gestuurd. Het was niet voor een smerige overtreding maar voor het uitschelden van de scheidsrechter. Mensen beledigen doe ik normaal alleen maar vanaf een podium. Wat ik gezegd heb, ben ik niet trots op. Maar wanneer ik thuis de straat oploop, is het bijna een compliment wanneer ik het tegen een voorbijganger zou zeggen. Nogmaals dat is geen excuus en ook niet dat voetballen beschaving light is. Maar toen mijn tegenstander in een duel hands maakte en hun scheidsrechter vaststelde dat ik dat deed. Vroeg ik hem of hij blind was? Hiermee wil ik absoluut blinde mensen niet beledigen, maar voor een scheidsrechter is dat natuurlijk hoe je er ook naar kijkt een handicap. Als je in de laagste klasse speelt, dan lijkt het soms wel of blinden als gevolg van positieve discriminatie hier een kans krijgen om te fluiten. Wanneer men dan toch mensen met een bepaalde handicap zou willen bevoordelen, dan is het beter te kiezen voor doven. In dat geval had mijn ´blinde idioot´ hem niet gedeerd. Ik liep het veld af en maakte na het laatste fluitsignaal mijn excuus bij de slechtziende fluitist. Ik zei sorry en dat ik me misschien wat genuanceerder had moeten uitlaten, maar dat hij wel ongelijk had. We gaven elkaar een hand en het was afgedaan.

Wat ik me wel afvraag, welke kaart geef je aan die spelers van Haaglandia, die een tegenstander meerdere malen tegen het hoofd schopten. Zo hard tegen zijn hoofd schopten dat hij met zwaar letsel moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Mijn mening is een betonnen kaart, met een stevige ketting aan het been van de onverlaten en dan dumpen in de vliet en de eeuwige verbanning van alle voetbalvelden. Mocht reïncarnatie bestaan, dan geldt de schorsing voor vijf levens, waarvan 2 voorwaardelijk. Het is een voor een blinde scheidsrechter ook veel eenvoudiger. Een betonnen kaart vind je ook wel op de tast.

PS In een juniorenwedstrijd in Paraguay gaf de scheidsrechter de complete selecties van beide teams rood. Daarmee wist hij net niet het wereldrecord van 36 rode kaarten in één wedstrijd te breken.

Diefstal Mondriaans ternauwernood voorkomen – Harry Zevenbergen

mondriaan2
Vanochtend voor openingstijd heb ik even de sloten op de deuren van het Gemeentemuseum gecheckt en ook of alle ramen wel goed dicht zaten. De gebeurtenissen in de Rotterdamse Kunsthal verontrusten me. Ik wil deze week met mijn zoon naar het museum en dan wil ik daar niet aankomen, om vervolgens te moeten constateren dat alle Mondriaans weg zijn.
De sloten zagen er betrouwbaar uit, de ramen waren goed gesloten en na 3 minuten stonden er al twee bewakers achter me. Ze vroegen me waar we in Godsnaam mee bezig waren.
´Ik wilde even checken of de Mondriaans hier wel veilig hangen.´ Zij vatten mijn woorden echter anders op. ´Dus jij wilt de beelden van Mondriaan stelen.´
´Schilderijen` verbeterde ik. Dat zagen ze als een bekentenis. Soms heeft praten geen zin. Dat weerhoudt me er echter niet van het te doen. Maar met ieder woord dat ik zei raakte ik verder in de problemen.
´Zie ik er uit als een dief.´ De bewakers keken me aan. ´Ja eigenlijk wel.´ ´Maar hoe had ik die schilderijen, dan in Gods naam mee moeten nemen? Ik ben op de fiets. ´ ´Daar had u eerder aan moeten denken meneer, misschien had u de tram of de bus kunnen nemen.´ Ik bleef maar praten, legde uit dat de Mondriaan niet eens zomaar door de deur van de tram past. ´O dus dat heeft u wel allemaal uitgezocht.´ Ik stopte pas met praten toen de deur van de politiecel achter me dichtsloeg.
Stom als dichter moest ik toch weten, dat de interpretatie van het woord alles te maken heeft met intonatie, maatschappelijke context en nog een serie andere factoren. Misschien had het geholpen als ik me had geschoren voor ik op pad ging. Het gesprek met twee rechercheurs, de klassieke good en bad cop, duurde een paar uur. De conclusie was even positief als verontrustend. Ze stelden vast dat ik niet in staat mocht worden geacht om een schilderij te stelen, zelfs niet wanneer dat tegen de voordeur van het museum op me stond te wachten. Mijn neiging om deze vaststelling te betwisten, onderdrukte ik. Ik deed mijn veters in mijn schoenen, telde mijn geld na en maakte nog bijna een grapje over dat er 50 cent ontbrak en corruptie in het politiekorps. Voor het bureau Jan Hendrikstraat ademde ik een flinke teug vrijheid in.

Meer columns van Harry Zevenbergen op http://bankzitters.wordpress.com/