De wereldleiders van de G7 Summit conferentie hebben er nauwelijks erg in gehad dat het Haagse bedrijf Robin Radar Systems hen beschermde tegen ongewenste drones.
Een bezoekje aan de driedaagse TUSEXPO in het World Forum (Haagse Congrescentrum) levert beelden op van drones: grote drones, kleine drones, onderwater drones, vleugeldrones, allemaal drones.
keurig afgeschermd in een zwarte trommel detecteerde Robin Radar Systems de onbekende bewegingen tijdens de G7 Summit in de lucht
Een echt opvallende deelnemer in deze expo is Robin Radar Systems BV. Zij eindigde als eerste in een wedstrijd drone herkenning tussen bedrijven uitgeschreven door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat werd in de Duitse media opgemerkt door bedrijven die op zoek waren naar deze vorm van detectie en zo konden tijdens de G7 op Schloss Elmau de wereldleiders door een Haags radarsysteem worden beveiligd.
hoe Haags Robin Radar Systems is, blijkt onder meer uit de Haagse Hopjes…
Ik was te gast bij de officiële opening van de 45ste editie van IFFR, Het International Film Festival van Rotterdam. Een lustrum met een koninklijk randje, want Koningin Máxima bezocht de opening officieel.
Als eerste een opmerking over de nieuwe directeur van het festival, Bero Beyer. Hij hield een, wel iets te lange, maar perfecte openings-toespraak. Eindelijk heeft het IFFR weer een gezicht! Dit in tegenstelling tot zijn directe voorganger waarvan ik destijds ook de Maidenspeech heb gezien. Dat was toen gewoon beneden peil. Zie hier een de VPRO interview met Bero.
Vervolgens een impressie van de openingsavond:
De opening zat Rotterdams goed in elkaar. Om 19.00 zaal open. Om 20.00 uur iedereen zitten in de zaal en om 20.10 kwam Maxima aan. Daarna de Maidenspeech van Bero.
Heel professioneel staan er twee achterwanden met het IFFR Tiger logo bij de ingang met daartegenover de pers. Wanneer je vroeg in de zaal gaat zitten zie je via het grote filmschermscherm wie er allemaal op zo’n opening afkomt. Hilarisch wordt het wanneer iedereen naar het scherm tuurt om de aankomst van de koningin te zien en een stel nog net voor de koningin, maar te laat arriveert en de trappen op stuift. De zaal ligt plat.
De volgende foto heb ik van de IFFR site geplukt:
De film is een bezoek waard. Ik kan er eigenlijk niet veel over zeggen zonder de spanning of de plot prijs te geven. De zaal was zeer stil en keek ademloos naar prachtig camera werk. Halverwege had ik iets van “Nou, nu mag er wel wat actie komen, maar dat ligt ook aan mijn knie die ik na een half uur moet kunnen strekken, anders gaat hij op slot zitten”.
De film is gebaseerd op het boek “Nooit Meer Slapen” van W.F. Hermans.
Volgens kenners was het boek niet te verfilmen.
Regisseur Boudewijn Koole las het boek voor het eerst als 24-jarige en raakte geboeid. Bij herlezing zag hij er een film in. “Ik was 40 en op vakantie in Zweden. Daar maakte ik lange wandelingen door de toendra. Toen raakte het boek me op een andere manier”, zegt hij. “Ik doorzag de compositie meer, de diepere lagen van het vallen van de mens en weer opstaan, zichzelf niet kennen. En ik dacht: wat Hermans vervolgens doet in dat boek, kan ook met film.”
Volgde een periode van intensief onderhandelen met de zoon van W.F. Hermans. Dat is de strenge bewaker van het literaire erfgoed van Willem Frederik:
Ruprecht Hermans was niet meteen onder de indruk van wat Koole hem had geschreven: “Ik wil met de film naar Cannes en daarna een Oscar.”
Hermans jr. had geen hoge achting van Koole. Hij was gewend aan een respectabele man als Fons Rademakers (1920-2007), de regisseur die in 1963 dat andere meesterwerk van zijn vader, De Donkere Kamer van Damocles, had verfilmd tot Als Twee Druppels Water. Alles veranderde toen Koole in 2012 internationale waardering oogstte met Kauwboy.
De zoon en de regisseur vonden elkaar uiteindelijk in een Nederland-overstijgende ambitie: de verfilming van Nooit Meer Slapen moest een internationale productie worden. Hermans’ boek was al in meerdere talen verschenen en nu gaat het na al die jaren als arthouse-cinema de wereld over als Beyond Sleep. Voor de hoofdrol deden rond de dertig Britse acteurs auditie, maar uiteindelijk kwam Koole toch uit bij Reinout Scholten van Aschat.
Cannes of een Oscar. Het zou beiden zomaar kunnen volgens mij.
Kijk naar de trailer:
En dan een echte uitsmijter met een andere foto van de IFFR site:
De Rotterdamse collega van René Bom was er ook. Ik kon hem een beetje bekijken, maar hij is broos aan het worden. Zulks in tegenstelling tot zijn dag tegenvoeter, die bolle wangen begint te krijgen.
Geen haagscher beest dan de Ooievaar. Zou je denken, want “Onder de Ooievaar” is een Amsterdamse kroeg op de hoek van de Prinsengracht en de Utrechtse Straat. Chauvinistisch als die Amsterdammers zijn, vergeten ze wel te vermelden dat de naam voluit zou behoren te luiden “Onder de Haagsche Ooievaar”. Wat is het geval? Blijkens de gevel versieringen en tagel tableaus behoorde het pand ooit aan de Onderlinge Levensverzekering Maatschappij ‘s-Gravenhage….
Roel bleek nog een later stukje muziektheater te hebben gefotografeerd.
Over het tijdelijke:
Ik vroeg de mijnheer externe betrekkingen van Jan Knijnenburg, de sloper, hoe dat zat. Ik zei: ”Jullie gaan echt snel, moet een makkie zijn zo’n tijdelijk gebouw…. ” waarop hij antwoordde: “Helemaal niet. Het zit prima in elkaar, kijk maar, we krijgen de pilaren maar heel moeizaam weg en de vloeren zijn ouderwetse gegoten vloeren. Niet kapot te krijgen. Ook de gevel zat heel goed bevestigd. Dat maken wij wel anders mee. Dan duwen we ertegen en valt het om.” Tot zover dus over dat tijdelijke uit de mond van de expert.
Ik het kader van mijn poging om iedere dag iets gepubliceerd te krijgen een invullertje: Het laatste stukje van de Dr Anton Philipszaal dat nog overeind staat. Dit “tijdelijk” gebouw (zo werd het samen met het door Rem Coolhaas gebouwde Lucent Danstheater verkocht aan het publiek) werd in 1987 in gebruik genomen door het Residentieorkest dat toen al jaren zonder vast gebouw zat omdat het gebouw van Kunsten en Wetenschappen was afgebrand.