Strandbeesten

Hoe vang je een strandbeest? Vrij eenvoudig: je pakt het bij de horens, net als een texaanse koe. Deze les zal Theo Jansen je bijbrengen als je voor hem werkt als cowboy. Wat hij er niet bij vertelt is dat je als cowboy op het Zuiderstrand in Scheveningen soms natte voeten krijgt: strandbeesten lopen maar al te graag het water in.
Leuk allemaal, maar wat is dat nou: een strandbeest?
Wellicht moet ik enige uitleg verschaffen bij dat woord. Voor sommigen van jullie zal Theo Jansen wellicht een bekende naam zijn, als kunstenaar is hij dat uiteraard voor velen ook weer niet. Theo Jansen werd in 1948 geboren in Scheveningen en is tegenwoordig inwoner van Delft. Begin jaren ‘90 verscheen een column in de Volkskrant van zijn hand, waarin hij een tweetal imaginaire beesten beschreef die zand opwierpen en de mens in zijn strijd tegen de zee bijstonden in het creeren van nieuwe duinen. Na dit artikel besloot hij zich toe te leggen op het realiseren van deze droom: het scheppen van een nieuwe natuur. Strandbeesten bestaan uit kunstof en leven van de wind: afgezien van de zeilen zijn ze geheel opgebouwd uit PVC en tie-wraps.
Theo was als kunstenaar al vroeg gefascineerd door evolutie en dit zie je terug in zijn werk. En niet alleen in de naamgeving van zijn beesten, die allen tot de Animaris-familie behoren. Zo zijn, bijvoorbeeld, de poten van zijn strandbeesten ontstaan in een computerprogramma dat evolutionaire principes hanteert om tot een goede oplossing te komen voor de vele problemen die het voortbewegen over zand met zich meebrengt.
Voet van een strandbeest. Foto: Oenkenstein
Elk jaar doet een nieuwe generatie van deze wonderlijke creaties zijn intrede, een generatie waarin weer nieuwe concepten en ideeen verwerkt zijn die het overleven van het genus ‘Animaris’ mogelijk moet maken. Tot nog toe is dit overleven beperkt: sommige strandbeesten leven niet veel langer dan enkele minuten. Allen sterven ze uit aan het einde van het seizoen.
Cowboy zijn bij Theo Jansen is maar een paar dagen per jaar mogelijk: ergens in de nazomer laat hij zijn strandbeesten los op het Zuiderstrand van Den Haag. Gedurende een dag of drie is er dan tijd voor filmopnames, een aantal demonstraties voor bezoekers en toevallige passanten en veel oplapwerk: strandbeesten lopen de eerste hulp in Theo’s zeecontainer in en uit.
Foto: Oenkenstein
De generatie strandbeesten van 2012 heette ‘Animaris Adulari’. De soort zou bij de WWF al snel op een beschermde lijst komen: ze waren met zijn zessen. Ook was er een afwijkend exemplaar te vinden in hun kudde: een dame met het dubbele aantal poten. Zij was bijna twee keer zo zwaar als de rest en vertoonde enig divagedrag: haar op tijd terug krijgen voor de lunch na een strandwandeling vereistte veel extra werk van de cowboys. Met veel geduld en het nodige duw-en trekwerk was ook zij echter wel tegen de wind in weer thuis te krijgen.
Vele poten. Een strandbeest met sterallures. Foto: Oenkenstein
Deze soort is echter nu alweer uitgestorven. Wellicht zijn hun stoffelijke overschotten nog te vinden op de strandbeestenbegraafplaats bij Theo’s atelier in Ypenburg. Hier rusten de dode strandbeesten, terwijl hun gele PVC-skeletten langzaam verbleken in de wind.
Informatie over Theo Jansen en de strandbeesten kan gevonden worden op: http://www.strandbeest.com/
Verbeelding

Mandela. In een nat pak.
Hij stapt na zeven jaar voorbereiding uit Hotel Bel Air en loopt hij richting PsyQ, schuin aan de overkant, maar komt niet verder dan het Museon en het Omniversum.
Achter hem volgen vereeuwigde vogels, vergezeld door hersftbladeren.

Op 12 juli 2012 begon de bouw van het 3,5 meter hoog beeld, gemaakt door Arie Schippers en werd op 25 september 2012, met enige onrust, onthult door Desmond Tutu.
Bronnen:
The Hague.com
Het Algemeen Dagblad
http://www.rijksoverheid.nl/
Museum Beelden aan Zee: Making Mandela. Grote Zaal.
Zak en Doos: 2012-12-5
Grensrechter
Mijn broer bezocht tot eind jaren zestig regelmatig voetbalwedstrijden. Maar hij kan geen geweld verdragen en het groeiende agressieve gedrag van supporters weerhield hem er uiteindelijk van.
Hij was lange tijd medewerker op een bank. Maar toen de computer intrede deed trok hij het niet meer.
Maar toch vond hij als wao-er toch nog zijn draai als vrijwilliger en zaalleider en grensrechter bij zaalvoetbal. Maar helaas (het is niet anders) namen de bedreigingen toe met het aantal sporters ‘uit andere culturen’. Begrip opbrengen voor de cultuurrelativisten (‘voor mensen uit die cultuur is verliezen nu eenmaal onacceptabel, houd daar rekening mee’) kon hij niet – een eigenschap waar hij fors werd op afgerekend. Met doodsbedreigingen kon hij echter niet leven en hij stopte ermee. Hoe kun je eigenlijk rekening houden met groepen mensen die niet tegen hun verlies kunnen, want daar komt het op neer.
Achteraf ben ik wel blij met zijn beslissing, nu ik weer heb meegekregen aan welke gevaren grensrechters zich blootstellen.

