Ap is onze grote vriend. Dagelijks doen wij bij hem onze boodschappen. Het is crisis, veel mensen hebben het niet breed en letten op de kleintjes. Dus komen wij er graag. Hij heeft vriendelijk personeel. Als je vraagt waar een product ligt, lopen zij helemaal mee naar het juiste schap. Wij kunnen er veilig winkelen, want overal hangen camera’s en hoeven niet bang te zijn, dat wij in zijn toko onze portemonnee kwijtraken.
Volgens oud kruideniersgebruik, biedt Ap de mogelijkheid om een winkelwagen of mandje te gebruiken, om de vele aangekochte boodschappen tijdens onze droomreis door consumptieland te kunnen vervoeren.

Behalve in de Weimarstraat. Filiaalmanager Herbert is van mening, de door zijn baas, ons opgelegde huisregel om altijd een mandje te moeten pakken en mee te dragen strikt na te komen. Zo kan het voorkomen dat een dagelijkse kasspekker, die enkel even binnenwipt voor een pakje vanillesuiker, door een lange bewaker in een soort politiepak, gesommeerd wordt toch een mandje te gebruiken.
“Daar doe ik niet aan mee, daar heb ik geen zin in”, meld ik de breedgeschouderde. “Ik kom enkel een klein product halen. Weet u ook waar de vanillesuiker staat?” Zonder enige kennis van de inhoud van zijn te bewaken winkel, roept hij bovengenoemde manager er bij. “Dat is een huisregel mijnheer, daar moet u zich aan houden.”
Ik kom hier vrijwel iedere dag en mensen pakken enkel een mandje als zij deze nodig hebben. Vandaag niet. Iedereen moet aan het mandje. Zo gaat een goedlopende zaak niet met zijn klanten om. Dit is geen klantvriendelijkheid meer, dit is schofferende intimidatie. Ik heb er schoon genoeg van.
“De politiek maakt en rechters toetsen wetten en regels. Weet u ook waar de vanillesuiker staat? Zal ik u mijn kaartje geven?”, vraag ik hem, “ik ben verslaggever van Haagspraak en mag ik u bedanken voor een mooi artikel, wat is ook al weer uw naam?”
Hij bedekt snel met zijn hand, de op zijn borst en waarschijnlijk wegens bewezen diensten, uitermate grote naamkaart. “U kunt contact opnemen met Albert Heijn media”. Ik meld hem dat ik ook zonder hun hulp een artikel kan schrijven.
Ik loop Ap’s zijn zaak uit, houdt het klapdeurtje open voor een consument in een invalidenwagen en wordt achternagelopen door een zichtbaar geschrokken manager, die eist dat ik mijn kaartje geef.
“Nee, mijnheer, die krijgt u niet, dat is veel te zwaar om te mee te nemen en daar heeft u dan toch echt een mandje of winkelwagen voor nodig.”
Ik kom er nooit meer.















