HAAGGEDICHT

P1200516

HOFVIJVER

Seizoenen met het oog van nimphen
de Hofvijver
Haar eiland verzonken in December
is zij als een venus van ijs.
haar groen weer uitzaaiend in de vroege
lente, uitgroeiend tot een zomers festoen
waarin de vogels nestelen.

Haar water is geduldig. Eens heb ik het
doorwaad om er te overnachten (op het
eiland), mij te verdrinken in haar sei-
zoenen vol verpozen. Een Haagsche
Robinson Crusoe, echter maar voor een
nacht.

Daarna heb ik het eiland weer verlaten,
kon ik er maar voor immer mijn
tenten opslaan.

De vele vogels scheren over haar be-
zinnen. Meeuwen, ganzen en water-
hoentjes, en de twee nijlganzen ge-
trouw, zie ik seizoen op seizoen
weer ogen naar hun eiland.

G.P. Fieret

HAAGGEDICHT

4277532527_c91a36edfe_o

Oud Eik en Duinen

De kraaien zijn geen kraaien
meer, maar kauwen
hun zwarte werk verlicht

hier trekt je laatste adem
een kou doortrokken wintervacht aan
en zingt de lucht in stilte

de prikklok slaat nu nog eenmaal
gaten in de tijd, toch, wie er moet zijn
is aanwezig

hij die stof verlangt
wordt niet teleurgesteld, de grond
wordt dik belegd met ons gepeins

Wouter van Heiningen

HAAGGEDICHT

P1190743a

DE BUURT

Vannacht lag ik weer in mijn kinderbed te dromen,
te dromen over hoe ik stiekem weg zou lopen:
de straat vlug uit, de hoek gauw om en met
een duppie dat ik bij de halte vond
een kaartje op lijn twaalf kopen…
Men vond mij snikkend in de straat van Buys Ballot,
of in die van Cartesius, Daguerre of Watt,
ook wel in die van Boyle, Columbus, Galilei,
Edison, Newton, Ohm, of om de hoek: Marconi.
Men bracht mij altijd direct weer thuis
en voor de deur van eigen huis
kreeg ik ’t pas goed te kwaad.
Nu al? O kleine wereld,
het was steeds de Fultonstraat.

(Mensje van Keulen)

P1190741

HAAGGEDICHT

P1190804

PAULUS POTTERSTRAAT

naar De Dapperstraat van J.C.Bloem

De legen kom je aan de randen tegen
Waar stoffig op de schoorsteen prijkt:
‘Over mijn lijk naar de Schilderswijk’
Dat volk ervaart de rust als zegen

Maar zo niet ik, voor mij geen kassen
Hoewel ik van een dorpje ben
De stad niet echt van huis uit ken
Haal ‘k nu mijn lucht uit uitlaatgassen

Als kneuter ben ik afgemeld
Mijn teugen zijn steeds voller teugen
De stedeling hij kent geen maat

Tevreden heb ik vastgesteld
Ik deug niet en ik zal nooit deugen
Dom weg gelukkig in de Potterstraat

(Adriaan Bontebal)

6857636983_9c6bf3fecf

Vandaag is het een jaar geleden dat Haags schrijver/dichter Adriaan Bontebal overleed.

HAAGGEDICHT

P1190637

REGENTESSELAAN

Wat heeft ons op die morgen toch wel mogen
doen lopen langs de Regentesselaan,
waar ons de blaren om de oren vlogen?
Waar kwamen we in ’s hemelsnaam vandaan?

Hoe dan ook, er kwam een mannetje aan
waardoor je blik opeens werd aangezogen,
een en al zwarte hoed en zwarte ogen,
voorzichtig schuifelend, – en jij bleef staan.

Kloos, zei je, toen hij bij het hoekje kwam –
een hoopje mens, maar toch een zo geachte,
dat je, eerbiedig, op een afstand, wachtte,
en, ongezien door hem, je hoed afnam.
Daar ging een god in ’t diepst van zijn gedachten
naar P. van Haasdrecht voor een half ons ham.

(Michel van der Plas)

P1190636